Raimon: Diguem no

Op zondag  28 mei, bracht de Catalaanse zanger Raimon voor de laatste keer het nummer waarmee het allemaal begon: “Al Vent”. De kaartjes voor zijn twaalf afscheidsconcerten in het Barcelonese Palau de Musica gingen welgeteld 23.531 keer over de toonbank. Raimon, icoon van het Catalaanse “nieuwe lied”, onvermoeid pleiter voor de Catalaanse zaak, halsstarrig opponent van Franco’s regiem en alles wat ruikt naar repressie en censuur, eindigde in schoonheid.  

Om het belang van Raimon en tijdgenoten als Francesc Pi de la Serra of Lluís Llach te vatten, gaan we even terug naar 1959: Franco’s dictatuur is dan twintig jaar oud. Een plaat opnemen in het Catalaans, moet de goedkeuring wegdragen van de censor. Elke liedjestekst wordt nauwlettend nagelezen. Ook zingen in het Catalaans - op een podium, voor radio of televisie - moet de censuur doorstaan: de censor verlangt een lijst met de nummers en de bijhorende teksten. Op hoezen, worden de titels in een Spaanse vertaling afgedrukt. Ook de Catalaanse voornamen van de artiesten worden verspaanst: Emili Vendrell, één van de voorlopers, heet op hoezen en affiches dus Emilio, Gaietà Rama wordt Cayetano.
Spanje creëert niet, het schrapt.

Jeugdcultuur

Maar het tijdsgewricht is het tijdsgewricht. Ook in Spanje, ontstaat een tienercultuur en dito –markt. In 1958-59 wordt toegestaan dat buitenlandse hits in het Catalaans ten gehore worden gebracht.  Solisten en orkestjes onderhouden de jongeren met covers van onschuldige dingetjes zoals “Tom Pilibi”. Ook in 1959, begint een student geschiedenis aan de universiteit van Valencia te componeren: een zekere Raimon schrijft “Al Vent”. In datzelfde jaar, worden een paar Catalaanse liedjes gezongen tijdens het  eerste “Festival  de la Cançó Mediterránia”. Het lijkt nog een beetje op een toegift aan binnenlands exotisme, maar dan gaat het relatief snel.

Net zoals overal elders in de Westerse wereld, heeft de Catalaanse jeugd van 1961-1962 wel oren naar “la canço”, het lied. Denk aan het succes van het luisterlied bij ons, het chanson in Frankrijk en wat in de Angelsaksische wereld “folk”  of “singer-songwriter” heet –  bijvoorbeeld Greenwich Village  met Dylan, Joan Baez, Dave Van Ronk, enz. Georges Brassens is een evidente keus voor Catalanen: de talen zijn verwant, de landen grenzen aan elkaar en beide culturen hebben een boontje voor dichtkunst en lyriek. Dichters als Joan Salvat-Papasseit en Joan Oliver-Pere Quart worden getoonzet of schrijven liedjesteksten. De Catalaanse ‘scene’ is echter veel breder: dansnummers, folklore, chanson en ook ‘volksvreemde’ genres als beat en jazz. In een sfeer van vernieuwing is alles mogelijk en wenselijk – en alles loopt lekker door elkaar. Toch zal de “canço”, het chanson zeg maar, voor de wending zorgen.

Scharnierjaren  

In 1962-3 keert alles.
Het tijdschrift “Cataluña Expres” (“Cataluña” in het Spaans gespeld!) van 23 januari 1962 komt op de proppen met de term “nova canço”: het nieuwe lied. Ze verwijzen naar een zootje ongeregeld dat zich kort daarna “Els Setze Jutges” (De zestien rechters) zal noemen. De Jutges lopen over van talent en inspiratie: de voortdurend wisselende bezettingen brengen in een paar jaar tijd een onwaarschijnlijke reeks bekende namen voort.
 In 1962 wordt de platenmaatschappij EDIGSA opgericht, met als enige doelstelling platen in het Catalaans uit te brengen. Een schot in de roos.
In 1963 dan, brengt Raimon bij EDIGSA een EP’tje uit met daarop zijn compositie die al vier jaar oud is : “Al Vent”. Een hit. En een klassieker, zal blijken.

Handboek overboord

Waarom valt het succes Raimon te beurt?  Raimon is de meest onwaarschijnlijke insteek, juist daarom: hij gooit het handboek overboord. Hij schrijft zijn teksten zelf. De licht provocerende satire van de Jutges ruilt hij in voor protest. Dat protest verpakt hij als een metafoor, zodat de censuur vaak op het verkeerde been wordt gezet. Hij heeft voldoende aan een akoestische gitaar en kan dus overal optreden – en zich uit de voeten maken als de Guardia Civil het welletjes vindt. De Catalaanse muziekscene schoot wortel in het rebelse Barcelona dankzij de verlichte bourgeoisie, maar Raimon komt uit een rood nest van Valencia. Valencia ligt buiten Catalonië, maar het Valenciaans sluit heel nauw aan bij het Catalaans: men begrijpt elkaar perfect. Raimon overkoepelt dus de gevarieerde Catalaanse cultuur, ook geografisch. Hij protesteert zeker tegen dictatuur en repressie en hij balt zijn vingers tot een vuist, maar Raimon is ook een Catalaans voorvechter. Tegelijk, sluit hij aan bij de Catalaanse (en Spaanse) traditie om gedichten te toonzetten. In Catalonië en Spanje vinden dichters het een eer te worden gezongen en velen schrijven dan ook liedjesteksten die perfect binnen hun poëtisch oeuvre passen. Die literaire aanpak garandeert kwaliteit en geloofwaardigheid. Tot slot, heeft Raimon een universitair diploma op zak.

Al Vent

Wat is er nu zo bijzonder aan zijn succesnummer “Al vent”? Gewoon: het is een metafoor en dus interpreteerbaar. Je kan het beschouwen als een poëtisch, romantisch nummertje  van een dromer, als indirect protest tegen het Franquisme, of als een ode aan openheid en een afwijzing van bekrompenheid. Vanwege die  metaforische kwaliteit, is “Al vent” relevant gebleven, in Catalonië en ver daarbuiten. Overal waar het publiek onderdrukking heeft ervaren, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, begrijpt het meteen waar die Catalaan op het podium over zingt. 

Het gaat simpelweg zo:

“Mijn gezicht naar de wind,
mijn hart naar de wind,
mijn handen naar de wind,
mijn ogen naar de wind,
Naar de wind van de wereld”.

Raimon richt zich tot de wind van de wereld. Hij is, zoals zijn publiek, een mens die een uitweg zoekt. Via de wind, hier metafoor van mobiliteit en kruisbestuiving. De wind is niet tegen te houden, de wind doet zijn ding, de wind reist de wereld rond, de wind brengt en neemt en ruilt, de wind heeft lak aan grenzen.  Vandaar deze strofe:

En allen
die gevuld zijn met nacht,
zoeken naar licht,
zoeken naar vrede,
zoeken naar god,
zoeken naar de wind,
de wind van de wereld.

Zeg nee

Een tweede klassieker van Raimon is getiteld “Diguem no”, wat betekent “zeg nee”,  “laat ons ‘nee’ zeggen”. Hoewel iets militanter van toon en directer verwijzend naar de toestand van zijn land, blijft ook hier het metaforisch gehalte intact. In dit lied, bevindt de zanger zich op het podium en spreekt hij zijn publiek rechtstreeks aan, zoals het volkszangers past:

“Nu we hier samen zijn,
zal ik vertellen wat jij en ik weten
en te vaak vergeten:
hoe angst
de wet werd van elkeen,
en bloed – dat enkel bloed oproept -
de wet der wereld.

Nee, ik zeg ‘nee’,
zeg ‘nee’,
want wij behoren niet tot die wereld”.


Het venijn zit in de staart. In één simpele zin, schetst Raimon het alternatief: niet naar deze, maar naar een andere wereld verlangen wij. Het klassieke politieke vocabularium, heeft hij niet van doen. In tegenstelling tot Llach, die nu in het parlement zetelt voor een partij die naar onafhankelijkheid streeft, blijft Raimon een zuivere troubadour. Daarom kon hij een carrière van vijfenvijftig jaar podiumwerk afsluiten met “Al vent”. Niet puttend uit nostalgie, maar uit de kracht van zijn poëzie, uit beeldspraak, symboliek en metaforen.

© Eddy Bonte * Eerste publicatie in De Groene Belg nr. 1339van 28 juni 2017

Referenties

Essays, historiek en een discografie betreffende de “nova cançó”, vindt u in de catalogus van de tentoonstelling “La Nova Cançó. La veu d’un poble” (“Het nieuwe lied. De stem van een volk”) die in 2010 werd gehouden in het Museu d’Història de Catalunya,Barcelona. Uitg.: Generalitat de Catalunya.
Fermí Puig: “Els 60 canten en català. DIscografia de música moderna 1960-1969”, Pagès Editors, 2010, schetst naast de onvermijdelijke “cançó” ook alle andere genres die het Catalaans als voertaal gebruikten, zoals de ontluikende popmuziek. Rijkelijk geïllustreerd met hoezen, contracten, covers van tijdschriften, krantenknipsels, etc. Bevat de catalogi van de betrokken platenmaatschappijen.