
DIOGENES VAN GENT
Met dank aan Diogenes van Gent en Attac Vlaanderen.
Attac Vlaanderen: http://vl.attac.be.
Diogenes van Gent verzorgt een column op http://vl.attac.be/rubrique55.html
Les étudiants chargent les CRS.
Het was de 6de mei 1968. Op mijn studentenkamer beluisterde ik de nieuwsberichten van Europe 1. Reporters brachten rechtstreeks verslag uit over de gebeurtenissen in het Quartier Latin. Studenten betoogden er tegen de sluiting van de Sorbonne als sanktie na de straatgevechten drie dagen eerder. Op een bepaald ogenblik hoorde ik een reporter zeggen: "Les étudiants chargent les CRS". Ik had het niet verkeerd begrepen en het was ook geen verspreking. Ongewapende studenten bestormden op dat ogenblik de gevreesde Franse oproerpolitie.
Ik wist die avond niet dat het slechts een begin was en dat het mooiste nog moest komen. Vier dagen later verschenen heuse barrikaden in het Quartier Latin tijdens de hevigste straatgevechten die Parijs gekend had sinds de Tweede Wereldoorlog. De regering was er zo door geschrokken dat ze besloot de Sorbonne weer te openen. De 13de mei was er in heel Frankrijk een goed opgevolgde algemene staking. Honderdduizenden arbeiders en studenten trokken door Parijs, waarna de studenten de Sorbonne bezetten. Een paar dagen later bezetten arbeiders de eerste fabrieken. Op enkele dagen tijd viel overal het werk stil, zonder dat de vakbonden daartoe opgeroepen hadden. Het werd de grootste staking, die Frankrijk ooit gekend heeft. Op het einde van deze wonderbare meimaand zag het er zelfs even naar uit dat een revolutie mogelijk geworden was.
De gewelddadige opstand van tienduizenden Franse studenten was het hoogtepunt van een studentenrevolte tegen de onrechtvaardige burgerlijke samenleving en de misdadige oorlog in Vietnam, die enkele jaren eerder begonnen was aan Amerikaanse universiteiten en daarna overgeslagen naar Europa. De meeste studenten waren kinderen van begoede ouders, die niet konden begrijpen wat hun zonen en dochters ertoe aanzette in opstand te komen tegen een maatschappij, waarin ze bevoorrecht waren. Daarom werd de opstand toegeschreven aan kleine groepjes agitatoren, die de meerderheid van de studenten zouden misleid hebben.
Er bestonden inderdaad kleine groepjes uiterst linkse studenten, maar alvast de avond van de 3de mei waren die niet in staat hun medestudenten tot wat dan ook aan te sporen. De meesten onder hen waren namelijk opgepakt door de politie, nadat ze een zaal van de Sorbonne bezet hadden. De verontwaardiging bij vele studenten over dit optreden van de politie leidde die vrijdagavond tot een spontaan straatoproer.
De "agitatoren" hadden geen strategie om de 6de mei te reageren op de sluiting van de universiteit. Er onstonden spontane betogingen, die uiteindelijk een zeer gewelddadig karakter kregen. De rechtse partijen, journalisten en burgers begrepen er niets van, omdat zij hun eigen leugens geloofden, zoals de rechterzijde altijd gedaan heeft en ook vandaag nog doet.
Onze formele demokratie is geen echte demokratie, omdat in de praktijk de rijken meer rechten en meer vrijheid hebben dan de armen. Het recht van de sterkste bestond in mei 68 nog altijd en het bestaat ook vandaag nog. Wie dat ontkent, is een leugenaar of een onnozelaar.
Wanneer mensen tot het inzicht komen dat ze door politici belogen en bedrogen worden in het belang van de heersende klassen, behoort spontaan geweld tegen zulke politici en tegen de heersende klassen tot de mogelijkheden, omdat de mens gevoelens heeft, waaronder verontwaardiging en woede. Wie mensen uitbuit, vernedert, pest, mishandelt, beliegt en bedriegt, loopt altijd het risiko van een gewelddadige reaktie en de banvloeken van hogepriesters en moralisten kunnen dat niet voorkomen. Wie dergelijk geweld immoreel noemt, zegt meteen dat de menselijke soort, waartoe hij behoort, een immorele soort is.
In mei 68 was er geen geweld omwille van het geweld. De grote betogingen, die niet gestoord werden door de politie, zijn zonder enig geweld verlopen. Wel gingen de studenten ervan uit dat zij niet alleen het recht hadden om vreedzaam te betogen, maar ook om met evenveel geweld het geweld te beantwoorden van wie betogingen wou verhinderen, dus om zich tegen de matrakken en het traangas van de politie te verdedigen met stokken en kasseien en om barrikaden op te richten tegen de charges van de ordetroepen van de rechtse regering.
De geschiedenis toont overduidelijk aan dat de heersende klassen nooit bereid zijn hun macht en hun voorrechten af te staan, wanneer ze niet gekonfronteerd worden met geweld of minstens met een dreiging met geweld. De Franse Revolutie zou bijvoorbeeld niet geslaagd zijn, indien het volk van Parijs op 14 juli 1789 de Bastille niet bestormd had. In België zou het algemeen stemrecht voor de mannen in 1919 niet zijn ingevoerd, indien de burgerij door de revoluties in Rusland en Duitsland niet doodsbang geweest was voor een revolutie in eigen land. Dat wisten de opstandige Franse studenten in 1968.
Het is eigen aan de jeugd onstuimig en opstandig te zijn en soms enorme risiko's te nemen zonder vooraf goed na te denken over de mogelijke gevolgen. Dat is de reden, waarom grote hervormingen en revoluties altijd in de eerste plaats het werk geweest zijn van jongeren. Daarom vind ik het zeker niet erg dat jongeren in hun onstuimigheid en hun geestdrift al eens fouten maken. Alleen wie niet handelt, maakt geen fouten.
Ouderen daarentegen zijn vaak bezadigd en voorzichtig als gevolg van hun levenservaring en ook wel omdat ze soms veel te verliezen hebben. Een paar jaar geleden heb ik dat bij mezelf vastgesteld naar aanleiding van de diskussie over de Europese grondwet. Ik kon maar niet tot een besluit komen of ik voor of tegen zou stemmen, indien er in België een referendum gekomen was. Zowel voor- als tegenstanders hadden volgens mij valabele argumenten, die ik tegen mekaar afgewogen heb. Nadat ik daardoor voor de zoveelste keer mijn mening herzien had, heb ik mij plots afgevraagd hoe ik zou gestemd hebben, indien ik nog even jong geweest was als in mei 68.
Het antwoord op die vraag kende ik onmiddellijk. Op die jeugdige leeftijd zou ik zonder aarzelen neen gestemd hebben en aan mensen die beweerden dat een betere grondwet niet mogelijk was in de gegeven omstandigheden, zou ik geantwoord hebben dat ze gelijk hadden en dat de EU neoliberaal zou blijven tot het volk het voorbeeld zou volgen van de Oost-Europeanen, die in 1989 met geweld een einde gemaakt hebben aan de kommunistische diktatuur, iets wat iedereen enkele jaren eerder voor onmogelijk gehouden had.
Tekst onderworpen aan Creative Commons Licentie: http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/2.0/deed (red. 11092009)

