Kan kunst de misdaad redden?

Op 30 april was het oorlog in Viana, een armtierig stadje van zo’n 50.000 inwoners in het noordoosten van Brazilië: oorlog tussen de Gamela-Indianen en blanke boeren die bezit kwamen nemen van de grond waar die Indianen sinds mensenheugenis verblijven. De oplossing? Een pact met de technoduivel. Of humaner nog: Kunst!  

Metafysica

De Gamela is het zoveelste Indianenvolk in Brazilië dat op uitsterven na dood is. Sinds kort is  ook hun heimat aangeslagen door boeren [1]. Die hebben geen boodschap aan de uitleg dat het land al eeuwen de Indianen toebehoort. ‘Toebehoren’ is eigenlijk niet het juiste werkwoord, want volgens de Indianen kan de  aarde of de natuur niet iemands eigendom zijn. ‘Het land’ betekent niet enkel de bron om in levensonderhoud te voorzien, maar simpelweg het leven zelve. Niet alleen nu, maar ook toen, tot in het begin der tijden. Niet enkel materieel, maar ook geestelijk. Het land herbergt de voorouders en de geesten, het land is één met hun waarden, normen en wereldbeeld. Aan niet-materialistische wereldbeelden hebben de boeren natuurlijk geen boodschap. Eigendom is van wie een eigendomsbewijs kan voorleggen. Eigendom is dan diefstal. In afwachting, geldt het recht van de sterkste. Eigendom is dan moord.
Via deze eenvoudige procedure, behoort Australië nu toe aan de kolonisatoren en niet langer aan de Aboriginals, die er een gelijkaardig metafysisch wereldbeeld op na hielden: de grond –  dus de natuur, dus heel de wereld –  was niet van hen, want van niemand. Om zoveel onwetendheid over de ware beschaving, deelden de Engelsen hen in bij de dieren en niet bij de mensen. Ook de Papoea’s en andere Oceaniërs ondergingen eenzelfde lot. Al deze volkeren zijn niet eens meester over de kern van menselijke identiteit: hoe men zichzelf, zijn volk en zijn omgeving benoemt. Gamela, Brazilië, Aboriginal, Australië, Oceaniër: het is onze woordenschat die benoemt, vervangt, uitgomt.
 

Pre-contact

Als de mensen niet langer van nut zijn, bijvoorbeeld vanwege uitgestorven, gedegenereerd, totaal geassimileerd of eenvoudigweg onbruikbaar, dan kan men alsnog gebruiken wat ze nalieten. Kunst. Althans: wat wij, kunstliefhebbers, fin connaisseurs, eigenaars van galeries, beheerders van musea en hooggespecialiseerde professoren Kunst noemen.
Kan Kunst de misdaad redden?  Kunnen de misdadigers aflaten verkrijgen via Kunst?
Het Parijse museum Quai Branly, een ideetje van Jacques Chirac en dus voluit Musée du Quai Branly Jacques Chirac, staat aldus vol “kunst” van Oceanische volkeren. In wezen gaat het om rituele en doodgewone gebruiksvoorwerpen die alhier tot ‘kunst’ is gepromoveerd zodat er een markt kon worden gecreëerd. De kunstmarkt is nu eenmaal continue zelfverwijzing: kunst is wat door sommigen als kunst wordt benoemd en dat zijn de belanghebbenden zelf. Goed gezien van Chirac, een zelfverklaard ‘liefhebber’ en verzamelaar van ‘Oceanische’ kunst: eerst aankopen, dan een museum laten bouwen met overheidsgeld en dan toekijken hoe je verzameling vanzelf in waarde stijgt. Specialist Eric Mickeler  en expert Victor Teodorescu, aan hun naam te oordelen duidelijk van Oceanische komaf, kunnen u vertellen dat de voorwerpen van vóór of net in begin van de aankomst der blanken het interessantst zijn, kortom de periode waarin de blanken zowat alles hebben vernietigd. Ook hier zijn wij het die benoemen: deze periode heet in politiek correcte kunsttermen “pre-contact”! De markt wil echter niet zo erg vlotten, vandaar dat in mei in Parijs twee extra veilingen werden gehouden. In oktober volgt “une vente prometteuse” bij Christie’s in Parijs [2]. De mening van de Oceaniërs is niet gevraagd; de experts, dat zijn wij.
 

Kunst redt

Dat de Aboriginals ook iets produceerden dat tot Kunst kon behoren, hebben we een beetje laat ontdekt. Eerlijk gezegd, lag het ook moeilijk omdat deze gewezen dieren bij voorkeur zand gebruiken. Dat is niet verzamelaarvriendelijk. Toch zijn ondertussen al enkele ‘artiesten’ actief die ook tentoonstellen in galeries. Open for business. 
Misschien biedt ‘kunst’ ook een uitweg voor de bedreigde Amazone-Indianen? Men moet er tijdig aan denken, want de Eskimokunst, bijvoorbeeld, is ook nooit doorgebroken. Toen de Engelse ‘ontdekkingsreiziger’ Martin Frobisher in 1576 naar het Grote Noorden voer (let op de benoeming), had hij enkel oog voor een doorgang naar het Westen, in de hoop zo de Atlantische Oceaan en Europa te verbinden met Azië en aldus een competitive advantage te boeken. Frobisher, een gewezen bandiet, had absoluut geen oog voor ‘kunst’ en nog minder voor de mensen: hij nam een Eskimo gevangen en bracht die als buit mee naar Engeland, samen met wat glinsterende stenen die een noordelijk Eldorado lieten vermoeden [3].

Concurrentieel besturen

Voor volkeren wier ‘kunst’ door ons niet als esthetisch wordt ervaren, het op de markt niet echt doet of hen al lang is ontnomen (en bij ons wordt verhandeld), volkeren dus die ondertussen analfabeet zijn van hun eigen cultuur en wereldbeeld, rest nog een oplossing: het pact met de duivel, d.w.z. de technologie. De onze. De overheid van Papeete in Polynesië  -  die in deze onafhankelijk van Frankrijk kan beslissen -  heeft een akkoord afgesloten met The Seasteading Institute uit Californië [4]. Het plan bestaat erin om hoogtechnologische, ecologische en zelfbedruipende eilanden te bouwen. Achterliggend ideetje: deze supervlotten opereren in een fiscaal vriendelijk gebied en beheren zichzelf. Wat op het eerste gezicht libertair zelfbestuur lijkt, herbergt echter zowat het omgekeerde. Het Instituut, met de hulp van de top uit Silicon Valley,  is makelaar in “good governance”: goed bestuur is voor hen een business als een ander. En er bestaan in hun ogen en die van  hun klanten nogal wat besturen – overheden dus - die falen. Het plan bestaat er dan ook in om op die eilanden andere vormen van bestuur te hanteren, niet om een alternatieve samenleving uit te bouwen, maar om de concurrentie aan te gaan met bestaande, volgens hen verouderde en inefficiënte bestuursvormen.Vertaald: bye bye democratie, salut-en-de-kost overheid.      

Spanje?

Heet deze reeks niet “Chronisch Spanje”? Absoluut. Mijn aanleiding is dan ook het bericht in de Spaanse krant “El País” over de Gamela-Indianen, gewoon om aan te tonen dat Europese landen vooral over andere continenten berichten omdat er een historisch, cultureel of taalkundig verband bestaat. Je vindt in Spanje dus meer aandacht voor het Portugeestalige Brazilië dan heel Zwart Afrika samen.
Maar dat niet alleen.
Ook om aan te tonen dat overleven en waardig leven in een veranderende wereld perfect kan zonder aan zichzelf te moeten verzaken. Zonder pact met de duivel, zonder ‘kunst’. Het van God, klein Pierke en zelfs van Don Quixote verlaten gat Corbolan in het zuiden van Aragón, wordt al eens “het Lapland van Spanje” genoemd. Maar kijk, ze hebben er bomen geplant waar truffels verzot op zijn en de streek bloeit weer op [5]. Geen spektakel, geen hoogtechnologie, geen ‘kunst’: gewoon land bewerken, mensen aan de slag, centen om de straat te onderhouden, voldoende kinderen om de scholen open te houden. En allemaal in de had te houden.
En uiteindelijk ook om terug te komen op het begin van ons verhaal: eigendom is diefstal en moord. In Cantallops, dat is een nietig dorpje in de beboste heuvels van het Alberes-gebergte dat Catalonië van Frankrijk scheidt aan de kant van de Middellandse Zee, blijkt uit bronnen dat die heuvels in de zeventiende eeuw “comunal” werden beheerd, d.w.z. alle inwoners toebehoorden. En dus aan niemand toebehoorden. Tot in 1785 de patroons van de kurkindustrie hun oog lieten vallen op de talloze kurkeiken aldaar en er plots eigendomsakten verschenen. Het bos garandeerde het bestaan van de dorpelingen, die nu tot armoede waren veroordeeld. In 1936, maakten de Republikeinen er weer gemeenschappelijk bezit van -  waarna de franquisten de bossen weer privatiseerden [6].

Si se puede. Si es pot. Ja, het is mogelijk.

© Eddy  Bonte * Eerste publicatie in De Groene Belg nr. 1329 van 30 mei 2017

Noten
[1] T. Bedinelli: “La lucha por la tierra de los indios gamela”, in: El País, 13 mei 2017.
[2] Clémentine Pomeau-Peyre: “L’art océanien, si loin, si proche”, in: Le Monde, 4 mei 2017.
[3] Aude Massot: “Martin Frobisher, examens de passage”, in: Libération, 11 mei 2017 (recensie van: Marie-Hélène Fraïssé: “L’Eldorado polaire de Martin Frobisher”, Albin Michel).
[4] Fabien Benoît: “Polynésie. Iles artificielles, l’utopie prend l’eau”, in: Libération, 8 mei 2017.
[5] Isabelle Piquer: “La ‘Laponie espagnole’ veut sortir de l’abandon”, in: Le Monde, 9 mei 2017.
[6] Cristina Masanés: “La Serra de les Canals, a Cantallops”, in: : Alberes, nr. 16, 2016.