Catalaanse zaak, Vlaamse Zaak

Ik sta tegenover de “Vlaamse zaak” zoals ik tegenover de “Catalaanse zaak” sta. Voor mij is het een kwestie van principe: het principe van de zelfbeschikking, autonomie, of hoe men het ook wil noemen.
 

NOOT VOORAF: Dit zesde en laatste deel van de reeks, schreef ik niet uit eigen beweging. Na een paar afleveringen, vroeg een lezer van De Groene Belg hoe ik tegenover "de Vlaamse zaak" stond. Op verzoek van de hoofdredacteur, schreef ik dan de bijdrage die volgt  - in wezen 'buiten reeks'.



 Zelfbeschikking is vrijheid

Laten we het houden bij het duidelijke Nederlandse woord “zelfbeschikking”.
Zelfbeschikking is een praktijk van vrijheid, het fundament van het trio vrijheid – gelijkheid – broederlijkheid.  Zelfbeschikking kan slaan op een individu en logischerwijs ook op een veelvoud van individuen, zoals een groep of een gemeenschap.
Zelfbeschikking betekent eenvoudigweg dat een individu of een groep individuen over zichzelf wenst te beschikken, d.w.z. zelf uitmaken hoe men zijn leven, zijn medemens en zijn gemeenschap ziet.  Hoe men wenst te leven en welke zin men daaraan wenst te geven.

Zelfbeschikking versus verknechting

Zelfbeschikking staat tegenover autoritarisme, verknechting, slavernij, onderdrukking.
Vaak wordt gesproken over het “recht” op zelfbeschikking, omdat men zich in zijn vrijheid beknot voelt - gaande van onderwerping (ook binnen een relatie of een gezin) over vrijheidsberoving tot en met bloedige repressie.
Als het over Vlaanderen gaat, wordt een begrip als “zelfbeschikking” bij rechts ondergebracht. Dat lijkt me een gevorderd stadium van amnesie. Als tegenpool van onderdrukking, stond “het recht op zelfbeschikking” heel lang bovenaan de inhoudstafel van elk links programmaboekje. In de jaren zestig en zeventig met name, kwam links op voor de zelfbeschikking van onderdrukte volkeren in de derde wereld (van Vietnam tot de Kaapverdische Eilanden), maar evengoed van volkeren dichterbij: de Ieren, de Basken en de Catalanen stonden vooraan in de rij. Ierland lag onder de knoet van de Britten, de Basken en de Catalanen hadden het hard te verduren onder Franco. In mindere mate, werd ook sympathie betuigd met, bijvoorbeeld, bewegingen uit Bretagne en Occitanië. Sterker nog: links identificeerde zich niet enkel met volkeren die samenvielen met een welomlijnde regio (Ierland), meestal met een eigen taal en cultuur erbovenop (Baskenland), maar zelfs met de zwarte beweging in de Verenigde Staten – ook toen een deel van Black Panther zich omdoopte tot Nation of Islam (jawel).

Zelfbeschikking is een keuze

Zelfbeschikking spreekt over vrijheid en vrijheid is geen exclusief merk van links. Mei ’68 eiste vrijheid en dus moet het ons niet verwonderen dat sommigen die vrijheid later gebruikten om zich een liberale weg door de maatschappij te banen in plaats van de Grote Mars door de Instellingen. Hoewel links een Nieuwtestamentisch gevoel heeft ontwikkeld voor het Grote Lijden en zelfbeschikking ziet als een wijze van bevrijding, mogen we  zelfbeschikking niet beperken tot een context van repressie, bezetting en oorlog.
Zelfbeschikking is een keuze en die keuze kan evengoed op het programma staan wanneer de repressie is afgelopen of de bezetter is teruggedrongen. Naast de zelfbeschikking in de meest existentiële zin van het woord –  het recht op zichzelf, zijn ideeën en zijn lichaam – slaat het principe in het geval van volkeren en regio’s ook op taal, cultuur, economie, politieke macht en sociaal-educatieve opties. Dat is het recentst duidelijk gebleken in de Balkan (Kosovo, Macedonië, etc.) en in de voormalige Sovjet-Unie (Oekraïne, Kirgistan, enz.).
Die realiseren, veronderstelt  een zekere machtspositie.  Decennia lang schreeuwden de Basken om meer vrijheid inzake taal en cultuur, maar bij gebrek aan een hefboom verzandde de strijd in een cultuur van bommen. Nu de Basken hun economische en politieke macht hebben uitgebreid, is ook daar meer autonomie aan de orde.
Zelfbeschikking realiseren gaat zelfs vlotter wanneer men een zekere economisch-politieke macht heeft uitgebouwd in wisselwerking met taal en cultuur. Taal slaat namelijk ook op opleiding en onderwijs, cultuur op creativiteit en maakbaarheid. Dat hebben ze in Catalonië heel goed begrepen en het verklaart ook waarom uitgerekend de Catalanen zonder enige vorm van geweld (!) hun stappenplan verder ontvouwen.   

Zelfbeschikking is de tendens  

In heel Europa en Eurazië, maar niet enkel daar, is de tendens tot zelfbeschikking groter dan de tendens tot fusie. Dat zien de promotoren van de globalisering niet graag, omdat er bij zelfbeschikking meer en niet minder democratie van doen is. Het principe draait immers om vrijheid en daar heeft het vrij verkeer van goederen (lees: kapitalen) en personen (lees: werkkrachten) niets mee te zien.
Dat landen worden gecreëerd om geostrategische en economische redenen, denk aan  België en het “herenigde” Duitsland, heeft met zelfbeschikking niets van doen.
De wens tot zelfbeschikking is evenmin tegengesteld aan de wens om te overkoepelen: Catalonië wil meteen lid worden van de EU.
Waar enkel gewin motiveert, is gegarandeerd oorlog aan de orde, zoals in  Katanga of Biafra.
Tot slot, staat de wens zelfbeschikking haaks op voorstellen om zich af te sluiten van de wereld, want daaruit volgt onvermijdelijk een versmalling van de interne diversiteit tot meer centralisme en uniciteit. Dat is het pad van een Le Pen, met een mis begrepen ‘La République est une et indivisible’ als alibi voor repressie en racisme.

Vlaanderen, o welig land!

In Vlaanderen, zijn sommige onderwerpen taboe. Men kan er niet over beginnen zonder meteen te  worden berecht. Zo kan men in Vlaanderen geen behoorlijk debat aangaan over de republiek, aangezien dat concept enkel wordt beschouwd als antiroyalisme. In Vlaanderen is het ook moeilijk om over zelfbeschikking of autonomie te beginnen, zonder voor rechtse zak te worden uitgemaakt.
Dus, op het gevaar voor rechtse zak te worden uitgemaakt, zeg ik simpelweg: wanneer Vlaanderen een ruimere autonomie, meer zelfbeschikking en desgevallend de onafhankelijkheid wil, dan zie ik geen enkel bezwaar. De vraag luidt natuurlijk niet wat Eddy Bonte daarover zoal mag denken, maar wel wat de Vlamingen hierover menen. Zelfbeschikking leidt tot meer vrijheid( en democratie, én verantwoordelijkheid). Zelfbeschikking heeft economie en politiek als motor, maar kan niet zonder taal en cultuur. En daar wringt het schoentje bij ons. 

Wat nu gezongen?

In tegenstelling tot de Catalanen echter, zijn Vlamingen niet fier op hun taal, noch op hun cultuur. Wanneer een Vlaming in buitenlands gezelschap  wordt uitgenodigd om ook eens een liedje te zingen, dan valt hij op zijn bek. Wat te doen? ‘Schele Vanderlinden’? ‘Het loze vissertje’? ‘We gaan nog niet naar huis?’. Vlamingen zingen niet en weten na eeuwen culturele onderdrukking niet meer wat gezongen (als kind zong ik Sint-Maartenliedjes in het Frans!). Hun politieke leiders verhielpen daar niet aan, integendeel: de baksteen komt eerst. Vlamingen kennen hun volkslied niet, Vlamingen kennen geen enkel Vlaams gedicht van buiten of het zou ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ moeten zijn, een schitterend poëem dat, helaas, als kinderversje wordt aangeleerd. Vlamingen zijn ervan overtuigd geraakt dat zij geen Vlaamse cultuur hebben. Zoals Franz Fanon zei over zijn zwarte medemensen: zwart vel, wit masker. Wie meent dat Vlaanderen wel een eigen cultuur heeft ontwikkeld, is verdacht. Onmiddellijk wordt verwezen naar Verschaeve of Ernst Claes. Gelukkig is de activistische kant van Paul van Ostaijen  grotendeels onbekend (typisch eigenlijk), of hij werd bij Wies Moens bijgezet.
Vlamingen van mijn generatie zijn vergeten dat hun grootouders na het middelbaar enkel in het Frans konden studeren. Dat op alle ansichtkaarten van honderd jaar geleden de straatnamen in het Frans waren gedrukt (en in Gent tot in de jaren zestig). Jongere Vlamingen zijn het niet vergeten, ze weten het zelfs niet. Over de ontvoogding van Vlaanderen, spreekt men in de geschiedenislessen namelijk niet. Zoals elk volk dat zich niet goed voelt  in zijn vel, omdat het nog altijd denkt volgens de patron en zijn patronen van weleer, omdat His Master’s Voice zijn denken overstemt, spreken we liever over de nederlagen en het onrecht dat ons is aangedaan. En nog wordt aangedaan. We hangen de underdog uit, dan krijgen we lekkere brokken.  We hangen het slachtoffer uit, dat brengt minder verantwoordelijkheid en denkwerk met zich mee. Het past ook beter in deze tijden van slachtofferhulp en dito begeleiding.  

Ter plaatse rust!

De republiek dan. De republiek kan de Vlamingen worden gestolen, hoewel minstens één komiek een fortuin heeft vergaard met voorspelbare koningshuismoppen. De republiek, dat de sterke notie van burgerschap inhoudt, is nochtans een prachtig concept dat veel van onze interne problemen zou kunnen oplossen. Waren we maar allemaal gelijke burgers van een republiek. Maar nee, iedereen laat deze schitterende kans laat liggen opdat het Koningshuis zijn “bemiddelende rol” zou kunnen spelen tussen Vlaams, Waals en Brussels, een sterk staaltje van sur place-denken. Of beter: alle decision makers laten de decisions voor wat ze zijn en spelen de Zwarte Piet door aan de Koning, zodat ze ongeremd op alles en iedereen kunnen kakken zonder zelf iets te moeten doen. En nadat  iedereen decennia lang deze kans heeft laten liggen en het Vlaams Blok er mee op de proppen komt, dan is het bewijs geleverd dat de republiek politiek niet correct is.

Invullen

Om te discussiëren en te vergelijken, moeten we verder kijken dan het concept: “zelfbeschikking” is toegepaste vrijheid en dus moet men het invullen. In vergelijking met Catalonië, kan Vlaanderen op meer zelfbeschikking  bogen dan de Catalanen, zoals ik in vorige bijdragen in deze Spanje-reeks heb aangetoond. Om er toch eentje te geven: zij eisen nog één officiële overheidstaal, wij vinden dat normaal. Jammer genoeg, hechten we te weinig belang aan taal en cultuur, en veel te veel aan bakstenen. We hebben ook voortdurend bakstenen geruild, nu eens met de Walen, dan weer met Brussel. In plaats daarvan, hadden we meer kunnen inzetten op cultuur en die cultuur ruilen, met onze buren bijvoorbeeld. In Parijs, ontmoette ik de Waalse kunstenaar Decressac. In Catalonië leerde ik het werk van de Waalse graficus Carcan kennen.

De verdwijntruc

Als Vlaanderen op meer zelfbeschikking uit is, dan is het aan de Vlamingen Vlaanderen om daarover te oordelen. Liefst aan de hand van concrete doelstellingen, voor mijn part met verlanglijstjes. Het gaat immers om de bevrijding en om de vrijheid, niet om de woordenschat en de structuren. Toch bestaat een duidelijke scheidingslijn: onafhankelijkheid, want die keuze veronderstelt de uitbouw van een eigen staat. Lastig, maar het opent ook alternatieven. Zo denken de Catalanen er aan om géén leger op te richten, een staatkundige première. 

Natuurlijk zijn er bezwaren. Ze werden allemaal al honderd weerlegd of gerelativeerd, maar de strategie van hersenspoeling en angst werkt altijd.  Zo wordt gepensioneerde Catalanen de stuipen op het lijf gejaagd door hen voor te houden dat ‘Madrid’ geen pensioenen meer zal uitbetalen. Of dat hun Catalaanse paspoort nergens geldig zal zijn. Dat Catalonië te klein is. Dat er problemen zullen ontstaan aan de grens met Spanje, enzovoorts. El País, altijd goed voor een rondje Mister Proper-denken, somde de sectoren op waarin Catalonië ver voorop ligt, op universitair vlak bijvoorbeeld, om dan meteen te besluiten dat het als een Titanic zal zinken mocht het al die speerpunten willen onderhouden als aparte staat…

Het grootste bezwaar luidt dat Vlaanderen niet bestaat. Dat is een bijzonder populaire oefening bij hedendaags links, voor wie enkel het universeel slachtofferschap nog een toekomst lijkt te bieden, zoals bij de islamieten met wie ze graag front vormen. Wie over de ‘graaicultuur’ sakkert,  is zijn eigen geld aan het tellen in plaats van culturele oefeningen maken.
Het andere grote bezwaar, luidt dat Vlamingen niet bestaan. Het adjectief ‘Vlaams’ koppelen aan ‘volk’, ressorteert een freudiaanse reactie van het zuiverste water.  Zonder Vlaanderen en zonder Vlamingen, bestaat uiteraard geen Vlaams, noch een Vlaamse cultuur (tenzij in een ver verleden en door buitenlandse assessoren goedgekeurd, zoals de Vlaamse Primitieven).

De Vlamingen (mochten ze  bestaan natuurlijk), zijn wellicht het enige volk met een aantoonbaar  grondgebeid, een geïllustreerd verleden en een erkende taal, dat van zichzelf beweert dat het eigenlijk niet bestaat. Jezelf, je cultuur, je taal en je  gemeenschap als onbestaande beschouwen om op te gaan in het ongedefinieerde Al, dat lijkt me pas heel erg gevaarlijk. Of met een pastiche op  Magritte: Ceci n’est pas un peuple.  

© Eddy Bonte * Eerste publicatie in De Groene Belg nr. 1342 van 30 juni 2017