Newsletter   |   Contact  

GASTAUTEUR MARC VERMEERSCH

 

DE OORSPRONG VAN RELIGIE.

DE IDEOLOGIE VAN JAGERS EN VERZAMELAARS: WAAR PAST IDEOLOGIE IN DE MENSENLIJKE BIOLOGIE EN DE MENSELIJKE MAATSCHAPPIJ?

Om zich te reproduceren moet een menselijke gemeenschap zich fysiek reproduceren. Dat gebeurt door middel van seks en de productie van voedsel, verwarming, kleding, werktuigen, onderwijs, geneeskundige zorgen enzovoort. Bij de mens is er – in tegenstelling tot andere diersoorten – een noodzakelijke categorie bijgekomen: de ideologie. Onder ideologie verstaan we het geheel van de menselijke ideeën. Om zich te reproduceren moet de mens zich ook ideologisch reproduceren. Aangezien religieuze ideeën in onze optiek maatschappelijke ideeën zijn, vormen ze een onderdeel van de ideologie

INLEIDING

Ideeën worden voortgebracht door de hersenen. Ze bestaan ook bij dieren. De mens heeft één bijzondere eigenschap in tegenstelling tot andere dieren: zijn ideeën kunnen door gesproken taal uitgedrukt worden. Wanneer die ontstond, is niet zeker. Het was waarschijnlijk een proces dat lang, misschien een paar miljoen jaar, duurde. Een van de voorwaarden was dat de mens of zijn voorlopers rechtop gingen lopen zodat hun strottenhoofd zakte, een noodzakelijke voorwaarde om gesproken taal te kunnen voortbrengen. Voetafdrukken van australopitheken van 3,7 miljoen jaar oud uit Laetoli, Kenia, wijzen er op dat deze voorlopers van de mens reeds rechtop liepen. Een tweede voorwaarde was de groei van de hersenen. De hersenen van voorlopers van de mens groeiden sterk vanaf ongeveer 3 miljoen jaar geleden. Die groei bleef duren tot ongeveer 30.000 jaar geleden. Vanaf dan is er zelfs gemiddeld een kleine afname van het gemiddeld volume.

IDEOLOGIE MOET OOK GE(re)PRODUCEERD WORDEN

De mens is een dier, maar een geëvolueerd dier. Zoogdieren reproduceren zich door voortplanting, door middel van seks en voedsel (en wat daarbij noodzakelijk is als verdediging, rondtrekken enzovoort). Voor de mensheid volstaat dit niet. Zij moet ook haar ideologie, het geheel van haar ideeën, reproduceren. Dit is absoluut noodzakelijk want sedert de mens gesproken taal heeft kan hij zijn hoog niveau van productiviteit niet realiseren zonder zijn bewuste ideeën (techniek, samenleving, opvoeding, moraal enzovoort). Menselijke gemeenschappen,clans, kunnen hun voedsel niet meer verwerven zonder de kennis die zij over lange tijd hebben opgebouwd. Dit wordt goed uitgelegd in een artikel van Kaplan, Hill, Lancaster en Hurtado (1). Het zijn menselijke gemeenschappen die zich reproduceren. De reproductie van  de ideologie is een onderdeel van de reproductie.

Onder ideologie verstaan we het geheel van de maatschappelijke opvattingen. Bij jagers en verzamelaars: tribale, totemistische, exogame, morele, pedagogische, filosofische, esthetische, juridische, technische, religieuze ideeën enzovoort. Een menselijke gemeenschap wordt ge(re)produceerd door de materiële productie (jagen, verzamelen, maken van werktuigen en andere goederen), de biologische productie van mensen en de ideologische productie.

RELIGIE IS ONDERDEEL VAN IDEOLOGIE

 Aangezien religieuze ideeën in onze optiek maatschappelijke ideeën zijn vormen ze een onderdeel van de ideologie. Bij jagers en verzamelaars was de band tussen de productie van mensen en voedsel en religie tamelijk direct, maar er waren ook religieuze ideeën en praktijken die er ver weg van geëvolueerd waren. De ideologie van een clan/stam jagers en verzamelaars was essentieel om de gemeenschap te reproduceren.  De mens was geen gewoon dier. Om zijn levenswijze te reproduceren moest veel kennis doorgegeven worden in een langdurig leerproces. Via ideeën werd de verzamelde kennis van een gemeenschap doorgegeven. Ideologie was en is dus een productiekracht maar ze is dat niet onverdeeld. Sommige aspecten van de ideologie zijn contraproductief net als sommige werktuigen (atoombommen, marteltuigen, drugs enzovoort) contraproductief zijn of kunnen zijn.

Religie als maatschappelijk verschijnsel is een onderdeel van de ideologie van die menselijke gemeenschappen. Ze heeft als hoofddoel de menselijke gemeenschappen te (re)produceren. Zij zorgt bij jagers en verzamelaars in belangrijke mate voor de samenhang van de clan/stam.

Jagers en verzamelaars hebben op meer dan twee miljoen jaar een uitgebreide kennis opgebouwd op verschillende terreinen van heelkunde over astronomie tot rekenkunde, dierkunde, plantkunde, techniek enzovoort. Het volgende overzicht licht slechts een tip van de sluier op.

DE PLAATS VAN RELIGIE IN DE (RE)PRODUCTIE VAN DE MENS

Van zodra de mens kon spreken werd een proces in gang gezet waarbij jagers en verzamelaars zich – uiterst langzaam – bewust werden van hun situatie. Dit proces omvatte in principe alle aspecten van het leven van de mens. Hij werd zich bewust van het feit dat zijn clan zich reproduceerde in de clanleden, hij dacht dat de voorouders herboren werden in de nieuw geboren kinderen van de clan en ontwikkelde het begrip van de ziel om die continuïteit een naam te geven. De ziel van de mens werd telkens weer herboren. Het zou verkeerd zijn in dit begrip enkel het bovennatuurlijk aspect te zien. De ideeën van de vroege mensen weerspiegelden de realiteit: de menselijke clan, menselijke gemeenschappen reproduceren zich. Niet slecht, tienduizenden of honderdduizenden jaren vóór de erfelijkheidsleer en de genetica dit wetenschappelijk fundeerden.

De mens was er zich ook bewust van dat hij voor zijn voedsel afhankelijk was van de reproductie van dieren, planten en de natuur. Het totemisme was in zijn oorsprong een jachtritueel dat als doel had de vermeerdering van de totems te verzekeren. De mens projecteerde waarschijnlijk het begrip van de menselijke ziel op dieren en planten want zijn totems hadden een ziel en reproduceerden zich, net als de menselijke gemeenschappen.

Religieuze begrippen waren in hun geheel een juiste maar daarnaast ook een gebrekkige en foutieve weerspiegeling van de situatie van jagers en verzamelaars.

Een deel van de kosten van de religie was dat er regelmatig en nutteloos doden vielen door denkbeeldige invloed van kwade zielen of geesten. Religie was ook in dit opzicht een weerspiegeling van de maatschappij. Clans hadden vriendschappelijke betrekkingen met sommige clans maar vijandige met andere. Moord en oorlog tussen clans kwam voor en was in sommige streken endemisch. Chimpansees, in het bijzonder mannelijke chimps, hebben in principe vijandige betrekkingen met alle hen omringende clans.  De mens had sedert de splitsing met de chimps een hele weg afgelegd. Het totemisme, al dan niet in combinatie met exogame netwerken, zorgde voor een tweede as langswaar mensen elkaar konden helpen: naast de clan waren er de totems, waarvan de leden over de clans heen elkaar bijstand verschuldigd waren. Deze uitgebreide vorm van samenwerking was een belangrijke verandering in de evolutie van de mens en een stap van het bewustwordingsproces van de soort.

Religie was een onvermijdelijke etappe in de ontwikkeling van de mens, in het proces van de bewustwording van zijn situatie in de natuur en de reproductie van de menselijke gemeenschap. De voornaamste maatschappelijke rol van religie was het aaneen smeden van de menselijke gemeenschap, zodat ze beter haar taken van de productie van mensen, voedsel, objecten en ideeën kon vervullen. Religie was niet het enige aspect van de menselijke ideologie dat zorgde voor de samenhang van de gemeenschap. Moraal, ideeën over samenwerking, opvoeding enzovoort vervulden eveneens hun rol. Dat verklaart ook waarom religie zo lang geleden is ontstaan en ook vandaag de meerderheid van de mensen gelovig zijn. Ongelovig zijn was voor jagers en verzamelaars geen optie. Vandaag is op veel plaatsen in de wereld uit een religie stappen een proces dat ingrijpende gevolgen heeft, psychologisch en sociaal. Het is in essentie uit de maatschappij stappen waarin men is opgegroeid en die ervaren wordt als de voedster van het leven zelf.

TERUGSLAG: DE MACHT VAN DE MENSELIJKE IDEOLOGIE OVER DE MENS

Religie was een nevenproduct van de ontwikkeling van de hersenen, het denkvermogen van de mens en de ontwikkeling van de menselijke ideologie. Het beantwoordde voor een groot deel aan reële noden, ook al was het een illusie dat mensen een ziel hadden die bleef verder leven na de dood. Religie ging bij de mens een eigen leven leiden. Jagers en verzamelaars hadden een sterk geloof dat wat negatief was in hun leven veroorzaakt werd door slechte zielen, de zielen van de overledenen van vijandige clans, een weerspiegeling van de realiteit. Dat leidde tot nodeloos geweld. Bij de Australiërs gebeurde het dat men bij het overlijden van een clanlid ervan overtuigd was dat dit kwam door de invloed van een andere clan. Men trok er dan op uit om iemand van die clan te doden, waarna een represaille kon volgen. Bij de Bayaks in Borneo had men een gelijkaardige praktijk. “(...) een vader die zijn kind verloor zou er op uit trekken en de eerste man doden die hij ontmoette als een begrafenisceremonie; een jonge man mocht niet huwen tot hij zich een hoofd had verschaft en sommige stammen zouden bij een dode man het eerste hoofd begraven dat hij genomen had, samen met zijn speren, kleren, rijst en betel (2).

De vroege mens, jager en verzamelaar, had zelf een bovennatuurlijk verschijnsel bedacht waarin tot vandaag door een meerderheid van de wereldbevolking geloofd wordt.

Marc Vermeersch

(1) Hillard Kaplan, Kim Hill, Jane Lancaster, A. Magdalena Hurtado. A Theory of Human Life History Evolution: Diet, Intelligence, and Longevity; Evolutionary Anthropology, 9, 2000.

(2) Betel of betelpeper is een kruid met geneeskundige eigenschappen.
Sir Edward Burnett Tylor, Religion in Primitive Culture, Second Volume of Primitive Culture, John Murray, London, 1871 (1873, 1899), p.43.

KOOP HET BOEK: