Dirty Harry en de barmhartige Samaritaan
In tegenstelling tot wat Luc Huyse beweert, evolueren we pijlsnel naar nog minder staat. Een herwaardering van dat restje overheid is evenmin aan de orde. Zoals de zaken er nu voorstaan, zal de staat van morgen de kruimels toebedeeld krijgen. De staat van morgen is een Dirty Harry én een barmhartige samaritaan tegelijkertijd.
Hoe dat komt? Om Luc Huyse – en zijn voorbeeld Wallerstein - maar meteen helemààl tegen te spreken: het kapitalisme bevindt zich niet in een terminale crisis wegens een gebrek aan uitwijkmogelijkheden. Het is integendeel hard bezig “uit te wijken”, want het palmt alle terreinen in die traditioneel tot de overheidssector of de gezinssfeer behoorden. Deze uitholling laat uiteindelijk een stuurloze staat achter die bulkt van repressie en liefdadigheid, een vrij cynische combinatie!
Kapitalisme als maatschappijmodel
In navolging van Wallerstein, stelt Huyse het kapitalisme voor als die klassieke, louter economische machine die zich enkel bezighoudt met mondiale transfers van grondstoffen, kapitaal en goedkope werkkrachten. Uiteindelijk geraken de uitwegen verstopt en rijdt het systeem zichzelf klem.
Sorry, maar het kapitalisme is veel méér dan dat. Het is een compleet maatschappijmodel geworden, onder de noemer “liberalisme” zelfs het model dat alle andere denkwijzen heeft doordrongen en vaak al verdrongen. Van blauw tot groen, iedereen vindt concurrentie, de vrije markt, privatiseringen en de “terugtredende overheid” nu heel gewoon. Dat kapitalisme hoeft niet zonodig op zoek te gaan naar nog die goedkope grondstof in dat godverlaten gat met goedkope arbeidskrachten. Dat soort kapitalisme heeft zijn oog laten vallen op alle terreinen die traditioneel door de overheid worden beheerd: onderwijs, cultuur, bejaardentehuizen, gevangeniswezen, spoorwegen, postbedeling, wegeninfrastructuur en diensten zoals pensioenen. De “staatstelevisie” is al gesneuveld, de radio volgt, de post staat op de agenda en al de andere overheidssectoren worden in een steeds sneller tempo op de markt gegooid, dit wil zeggen dat ze openstaan voor concurrentie en privé-kapitaal. (1)
Voor het grijpen
Al die terreinen liggen bovendien voor het grijpen, want de overheid heeft decennialang geïnvesteerd in kennis, infrastructuur en personeel. Omdat de overheid dertig jaar lang televisie had gemaakt, kon de eerste commerciële zender meteen de nodige know-how, expertise en mankracht inslaan. Dat is met al die sectoren zo, dus zou je wel gek zijn die zomaar buiten het circuit van de winstmaximalisatie te houden.
De meeste gebieden zijn als “package” niet interessant, dus worden er stukken uit gehakt. Het is, bijvoorbeeld, geen toeval dat het hoger onderwijs wél concurrentie krijgt van de privé-sector en het kleuteronderwijs (vooralsnog) niet.
Belangrijk is dat deze samenleving het liberalisme het recht heeft toegekend om om het even welke sector als potentieel privé-gebied te beschouwen. Hoe zwakker de overheid daardoor wordt, hoe sneller de resterende stukken afbrokkelen, te meer daar de overheid uiteindelijk zelf als een privé-bedrijf begint te redeneren en te functioneren. Nu verbaast het nog als we bejaardenzorg en gevangeniswezen als potentiële privé-terreinen opnoemen, maar concurrentie inzake postbedeling, radio en televisie klonk vroeger ook gek.
Restje 1
Natuurlijk kan je de staat niet helemaal opdoeken, want daar komen alleen maar problemen van. Daarom mag het dus, pleiten voor “meer staat” of wijzen op de “onmisbaarheid” ervan.
Meer staat om wat te doen? Onmisbaar waarvoor? De staat van morgen krijgt de restjes, dit wil zeggen die situaties en die burgers waar geen winst uit te halen valt.
De eerste overheidsrol die dan overschiet, is die van Dirty Harry en Huyse geeft ze - paradoxaal genoeg - zelf aan. Als hij voorbeelden geeft die op hic et nunc slaan, dan blijken die allemaal over “controle” te gaan. Het is geen sterke staat, noch een politiestaat. Het is wél een bestraffende staat: zoals in Dirty Harry, wordt er opgetreden nadat de boel is verlinkt, maar dan wel keihard. Zo wordt Freddy Willockx door Huyse voorgesteld als de “supergendarme”, omdat hij na de dioxineravage via nog méér wetten de overheidscontrole zal versterken. Dat slag overheid wordt ook ingeschakeld om illegalen terug te vliegen, voetbalsupporters in de gaten te houden of boelzoekers aan te pakken met een zero tolerance-beleid.
Restje 2
De tweede restrol, is die van barmhartige samaritaan. De overheid mag zich dan bezighouden met probleemsituaties. Als een giftige lozing weer eens een pak burgers ziek maakt, wordt de overheid ingeschakeld om rampenplannen en ziekenhuisfacturen te bekostigen. Die overheid is ook goed genoeg om zich te ontfermen over probleemburgers, bijvoorbeeld de opvang van minderjarige prostituees of slachtoffers van mensenhandelaars. De samaritaan mag ook instaan voor de sociale minima, zoals minimumpensioenen. De overheid krijgt aldus toch nog een industriesector: de armoede-industrie.
In beide gevallen wordt opgetreden ongeacht de oorzaak, zoals men geeft aan een bedelaar zonder zich af te vragen wat hem tot de bedelstaf heeft gebracht. Dat het liberalisme ook een oorzaak kan zijn, speelt geen rol. Dit soort staat stuurt de samenleving en zijn burgers niet meer, want er gaat geen boodschap meer van uit. Dit soort staat bestuurt zelfs niet, maar krijgt net genoeg middelen voor een minimale sociale cohesie.
De herwaardering van de staat, dus van de collectiviteit, maakt misschien een nieuwe kans wanneer na de triomftocht van het liberalisme onder leiding van de Fukuyama’s blijkt dat een mens niet leeft van doelmatigheid, hebzucht en winst alleen.
(1) Dit is geschreven vooraleer Europa besliste de concurrentie op te leggen voor de post, het spoorwegverkeer e.d.m.
Eddy BONTE
Oorspronkelijk verschenen in De Morgen (8 januari 2000) als reactie op een opiniestuk van prof. Luc Huyse en zo te zien nog actueler dan toen.
(red. 02Sept2007)

