Newsletter   |   Contact  
l

Deze pagina bevat twee teksten van Guy GYSENS:

1. Over het overlijden van Jan De Roek: zie hieronder

2. Het essay "Tabula rasa / Terra incognita" via deze link:

TABULA RASA / TERRA INCOGNITA

 

Guy Gysens over de dood van Jan De Roek :

 

Jan De Roek (Boom, 13 maart 1941 - Willebroek 4 september 1971

Willebroek, 4 september 1971

Onmiskenbaar in de war werd de zakelijke en de ongetwijfeld schroomvallig gedane mededeling door de rijkswachters niet begrepen of beter gezegd, kon deze door de moeder van Jan niet worden begrepen. Dadelijk telefoneerde zij mij die zaterdagmorgen, 4 september 1971, om nadere uitleg, die ik evenwel niet bezat, maar wel besefte en ongaarne werd verstrekt.

Daags voordien had een velletje op mijn bureel gemeld: “Jan kan niet naar Hasselt komen”, met de bede hem te willen contacteren. Dit lichtte enerzijds toe dat hij ’s anderendaags ofwel zaterdag het woord diende te voeren tijdens een poëziedag in Deurle, maar anderzijds eveneens dat de aldaar aangekondigde rede nog niet geschreven was, met de vraag dienaangaande de identiteit te willen bevestigen van de auteur, die de periode 1890-1914 evoceerde in "The Proud Tower". Zodoende werd Barbara W. Tuchman aangehaald als referentie in zijn tekst, die hij echter zelf niet meer mocht uitspreken.(1)

Het werd ons laatste gesprek, gezien hij enkele uren later, meer bepaald om 03.55uur, verongelukte op de toenmalige rijksweg 1 bis Brussel - Antwerpen ter hoogte van Willebroek.

Herhaaldelijk hebben zijn ouders geïnformeerd naar de juiste toedracht , maar ik verzweeg deze omwille van de feiten, waarvan hiernavolgend commentaarloos het relaas wordt gelicht uit het strafbundel, dragende het notitienummer 16.697/71, alsmede uit het vonnis d.d. 18 januari 1974, Korrektionele Rechtbank, Mechelen, en het arrest d.d. 13 februari 1975, Hof van Beroep, Antwerpen:

Toen een zware trekker met oplegger in extremis tot stilstand kwam nauwelijks verwijderd van twee in elkaar gereden personenwagens, wordt door vermeld arrest (2) gepreciseerd dat er “overal mist was en in de omgeving van het ongeval het zicht beperkt tot 40 à 50 meter en soms, tengevolge van mistbanken tot nog minder”. Voor het verdere scenario van het gebeuren verwijst het arrest naar het vonnis a quo, omdat aldaar “de feitelijke toedracht … nauwkeurig uiteengezet werd” en zulks als volgt:

“Overwegende dat vooraleer het mogelijk was de trekker met oplegger van de rijbaan te verwijderen of een gevaarsdriehoek te plaatsen, reeds een andere personenwagen bestuurd door wijlen De Roeck (sic) Jan aan zeer hoge snelheid kwam aangereden die zonder enig remspoor achter te laten de rechter achterkant van de in het midden van de rijbaan stilstaande tankwagen ramde en dit spijts de tekens die door de reeds op de plaats van de aanrijding aanwezige bestuurders en/of inzittenden werden gedaan om de aankomende bestuurders te verwittigen (…);
Overwegende dat wanneer de verschillende aanwezige personen tot achter de tankwagen snelden om hulp te bieden en ternauwernood de klemgeraakte linker voordeur van de personenwagen van wijlen De Roeck Jan hadden kunnen openen en De Roeck Jan nog hadden gezien die zijn hoofd verwond had en ermee schudde, zij onmiddellijk moesten wegspringen voor het eveneens aan hoge snelheid naderende voertuig bestuurd door Verhaegen François dat op zijn beurt spijts een nagelaten remspoor van 45 meter op de linker achterkant van de tankwagen aanbotste na eerst tegen het midden van de linkerzijde van de personenwagen van wijlen De Roeck Jan te hebben aangebeukt waardoor De Roeck Jan met de onderbenen wegens de openstaande linkerdeur tussen beide voertuigen werd geklemd en uit zijn auto werd getrokken en tussen de beide voertuigen viel …” (3).

Zoals u reeds vermoedde, stelde zich terzake het probleem te bepalen welke aanrijding het overlijden impliceerde, te meer daar de voorzijde van Jans auto praktisch geheel in elkaar gestuikt was en het niet-dragen van de veiligheidsgordel mogelijkerwijze de zeer zware lichamelijke schade uitlegbaar maakte. Nà de teraardebestelling op woensdag 8 september greep zodoende de autopsie plaats door dr. Chr. Hänsch (4), die enerzijsds als doodsoorzaak vermeldde de "traumatische letsels (hemorraghiën uit wonden, hersenvliesbloeding, hersenkneuzing, hartspierkneuzing, bloedaspiratie)", maar anderzijds vaststelde, dat het hem onmogelijk is "de letsels opgelopen bij de eerste aanrijding met zekerheid te differentiëren van deze opgelopen bij de daaropvolgende aanrijding" en de "letsels ter hoogte van de onderste ledematen blijkbaar door de tweede aanrijding werden veroorzaakt". Al de traumatische letsels vastgesteld bij Jan, betroffen vitale onderdelen "zodat mag besloten worden", dat hij "nog in leven was" op het ogenblik van de tweede crash - hergeen trouwens verschillende getuigen bevestigden, zoals ondermer Ceuppens Roger, chauffeur van de trekker met oplegger met de volgende woorden: "Ik heb dan de linkerdeur geopend met de bedoeling de gekwetste verder uit het voertuig te halen. Deze wreef op dat ogenblik met de hand over het voorhoofd dat bloedde..." - zodat het Hof van Beroep aanvaardde, dat hij "overleden is aan het geheel der traumatische letsels" en dat zodoende het "bewezen voorkomt dat Verhaegen tot de dood van het slachtoffer bijgedragen heeft".

Volledigheidshalve dient toegevoegd, dat de verkeersfout zijn snelheid niet te hebben aangepast volgens de plaatsgesteldheid, de belemmering van het verkeer en het zicht, in hoofde van Jan even zwaarwichtig werd geacht als deze begaan door Verhaegen, auteur in de de tweede aanrijding.

Inzoverre de gevraagde toelichting, te meer omdat dit verkeersongeval niet zelden verkeerdelijk werd verhaald.

Hasselt, 12 juni 1998.

G. Gysens

 

NOTEN

(1) Deze tekst werd onbetiteld gepubliceerd in het tijdschrift Impuls, 1972, nrs.2, 3 en 4, blz 9 e.v...

(2) Arrest d.d. 13 februari 1975, 9de kamer, Hof van Beroep, Antwerpen.

(3) Vonnis d.d. 18 januari 1974, Korrektionele Rechtbank, Mechelen.

(4) Strafbundel, Not.nr.16.697/71, + autopsieverslag

VERANTWOORDING: Voor "Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift" schreef de auteur twee teksten over Jan De Roek: één over zijn overlijden, een tweede over zijn politieke visie getiteld "Tabula rasa / Terra Incognita". Beide teksten werden gepubliceerd in "Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift", 17de jaargang, nr. 62, lente 1999. Toen ik hem om toestemming verzocht om de tekst uit "Gierik" over te nemen, bleek de auteur niet gelukkig met de gepubliceerde versie. Op zijn verzoek werd daarom geopteerd voor twee aparte teksten volgens de indicaties van de auteur. Met uitzondering van de spelling en enige interpunctie, werd er geen redactie op toegepast (Eddy Bonte)