Newsletter   |   Contact  

NIEUWE GEDICHTEN

VOOR MARC (die ons voorafging op 30 april 2010)

Jij rijdt rondes in mijn hoofd

En doolt door mijn ogen.

Je stem: glooiheuvel,

Je pas: dalzacht.

Liefde je laatste oordeel.

Hoe je mijn memorie aan het lijntje houdt

en je laatste signaal met me aan de haal gaat.

 

ZANNEKIN HERDACHT

Veurne, verslagen rebel

verschanst als schulp,

geschopt tot hond.

Vazal van stilstand.

VERTREK

V

Het was toen zwaluwen dradenvol bezaten,

gewiekst voor Afrika.

En wij, de godenmakers,

geklonken aan de grond,

versteende gapers.

POLDER


Hier zijn bomen bultenaars,

onweerslaven,

stormgedrocht.

Hier is de rechte lijn keizer,

liniaalrijk,

grachtenland.

Hier zegent de regen

Vindt de wind ons uit.  

DE MOEREN

Bang buigen wij voorover,

scheefgewaaid stamelen wij.

Pronken valt ons niet ten deel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJ HET OVERLIJDEN VAN JOHAN GHYSELEN op 31 mei 2009

De scherven van het leven

laten zich niet lijmen

tot beelden van weleer.

Er rest: de herinnering, kwetsend mes.

Er rest: de vergetelheid, reddend net.

HOMENATGE A CATALUNYA

Verdrukte kelen

komen altijd krijsend weer:

zij hikken verdroogde noten,

schikken hun sleutels naar weleer,

de stemvork moe,

de ladder uit de haak.

 

Later volgt een aria.

(Sant-Llorenç de la Muga, 26 juli 2009)

DE WACHT

De acacia waakt.

Enkel ziji die weten

doorstaan zijn blik.

Later, siert zijn tak mijn graf.

 

ZEEZICHT

Geen rimpel,

geen wolk,

verstoort de strakke blauwe boog.

Een sloep roeit de traditie verder. 

 

HOLLAND

Kanalen trekken perspectief,

Bomen koppelen

land

en

lucht.

 

MEES

Hip

Stip

Wip

AVOND

De horizon

trekt een brede streep

onder de hemel.

 

 

ROOS

Vouw,

Ontvouw,

Gevouwen,

als lippen tot een kus.

(Valentijn 2005. Bij een foto van een roos).

ZWEVEN

Liefde is zweven,

dit wil zeggen:

de aarde los-laten

in je hoofd

(Valentijn 2006)

DUISTER

Nu het licht brutaal

uit jou is weggevaagd,

grijpt het duister ook naar mij:

het schuift over hoofd en hart,

en besmet me.

Maar in het oosten woont de hoop.

(04/12/2007, rouwgedicht)

VLINDER  (1)

Op de bleke bloem

de kleuren vleugels

open en toe

open en toe.

In de witte kelk

de spitse liktong

heen en weer

heen en weer.

Door de gouden lucht

de dolle vlieger

op en neer

op en neer.

VLINDER (2)

De achteloze fladderaar

walst lussen in z’n vlucht -

laat de lucht verbluft achter -

beklimt bloem en blad -

slaat een voorraad nectar aan.

Slorpt porties zon op,

drijft pronkend in het ijle.

De lichtste wind

is naar zijn zin.

(10-13 februari 2008)

AUTONOMIE

Ik stap zonder kompas

en heb mezelf als wijzer ingesteld.

Wat ik bezit, werd niet besteld,

wat ik vond, werd niet gezocht.

**

Ik leer zonder het boek

en heb mijn eigen alfabet gegrift.

Wat ik denk, werd nooit gedicht,

Wat ik weet, werd nooit bedacht.

 

OOK GEPUBLICEERD:

© Eddy Bonte (red. 270609)