SAM WALKER, MULTI-INSTRUMENTALIST
Mei 2006, concertzaal De Bijloke in Gent, een optreden van John Watts. Tot mijn verbazing treedt hij aan met een…drummer. Algauw blijkt echter dat deze begeleiding volstaat om een spektakel en een geluid op te trekken waarvoor anderen een hele groep nodig hebben. De jonge Sam Walker (Brighton, 1981) is niet enkel een drummer, maar een multi-instrumentalist. Na de show vertelt Walker me enthousiast over zijn solo-cd, zijn groep Turning Green en de songs die hij schrijft. Toen ook nog eens bleek dat John Watts zijn cd “Real Life” enkel met Sam Walker had ingeblikt, stond mijn besluit vast: die Sam Walker verdient een eigen artikel.
“Rough In the Bedroom” heet het solowerk dat onder het pseudoniem “The Muel” verscheen: “Muel” van Samuel, maar ook van “Mechanical Ultimate Exploration Lifeform”. Er mag al eens gelachen worden. Zeventien nummers van eigen makelij waarop Sam Walker de zang, alle instrumenten en de productie voor zijn rekening neemt. Van een soloplaat gesproken. “Little adventures” noemt Walker zijn nummers. Of “tunes”. Opgenomen met een meersporenapparaat in een slaapkamer.
Punk zonder?
Ik twijfel: singer-songwriter? Balladezanger? Punker zonder begeleidingsgroep? Feit is dat deze uitgewerkte en melodieuze songs gedragen worden door de rauwe, soms vervormde stem van Walker, een stem die vaak op de grens van het muzikale balanceert. Die stem is echter het juiste vehikel voor zijn composities: die gaan wel vaak over liefde en intermenselijke relaties, maar romantisch worden ze niet bepaald. Een liefdeslied van Walker ademt veeleer spanning uit. Net geen agressie. De muziek blijft meestal sober, mag de emotie niet in de hoek drummen. Een akoestische gitaar, een piano, hier en daar een blazerstoot of een flard trekzak. Een typisch nummer is “Wind You In”, waarin de geliefde wordt vergeleken met een draad die men kan opwinden. Geen opwindende, maar opwindbare liefde. Zo, met een technische handeling, haalt men de liefde binnen die passief blijft. Een zinderend geluid symboliseert die draad, terwijl de gitaar distortie veroorzaakt. In “Don’t Go Asking” schreeuwt hij de woorden. Het uitstekende “Shiver”, dat ruim zes minuten duurt, gaat over liefde zonder begin of eind (“no beginning, never ending”) die de mens in zijn ziel raakt (“My soul’s been shaking, music making”). Dieper kan een mens niet geraakt worden. Dit type compositie bepaalt de plaat.
Documentaire
Een handvol songs is van een ander idioom: het zijn instrumentals waarbij je zelf een scène moet bedenken en die mijns inziens perfect passen bij films of documentaires. “Harmonionica”, bijvoorbeeld, doet mij denken aan de jazzy instrumentals waarmee Manfred Mann in de jaren zestig zijn pop-lp’s versierde. De harmonica klinkt als die van Mr. Bloe. “Jimslatinpaunch” illustreert zijn veelzijdigheid (hier dus latin), maar nummers als “Circulation” (met lounge-effect) lijken me toch origineler.
Een derde categorie breit de vorige twee aan elkaar. Ik zou ze geluidscomposities willen noemen, hoewel er wel degelijk tekst en zang bij te pas komt. “On the safe side” combineert sitar, bas en percussie met parlando. In “Talking with the Fisherman” brengt de piano sfeer, gevolgd door ijl stemgeluid, een accordeon en distortie.
“Hope you like the tunes”, schrijft Sam Walker als hij me zijn cd’s ter recensie toezendt. Wel, het zijn tunes. En ze vragen om gecoverd te worden door wie erin slaagt om melancholie en woede te combineren.
Turning Green
In de groep “Turning Green” is Sam Walker de percussionist van dienst en moet hij de composities, het geluid en de show delen met zijn maats Matt Gest (klavier), Dan Teale (bas) en Dunstan Belcher (gitaar).

Die muziek, hier op hun tweede cd, is van een compleet ander kaliber. De mentaliteit en de filosofie echter, sporen grotendeels parallel. Agressie is alvast één kenmerk, ook in de teksten. “I’m gonna suck her energy” (“Chameleon”) is alvast geen vriendelijke aankondiging. En ook “You don’t know me like you think you do” roept weer intermenselijke spanningen op en drukt meteen ook onzekerheid uit. “Glandular fever” (klierkoorts) is ook niks om naar te verlangen. Wellicht moeten we ook de muziek vanuit die hoek bekijken: uptempo-plus, XL punk, ijle orgels, vlammende drums, chaos. Maar dan ook plots de stilte en de rust als afwisseling, een vraag om meditatie, zoals in “You Don’t Know Me”. “City Song”, een ode aan de stad, begint zelfs a capella en rolt verder op frêle stemmen en een akoestische gitaar, alsof Turning Green aantonen wil dat de stad eigenlijk een breekbare steen is. Ja hoor, The White Stripes zijn nooit ver weg, maar ook de gitaar-en-drum verwoesting die The Who kon aanrichten speelt een hoofdrol.
De teksten blijven niettemin belangrijk. Met een zin als “If you believed it, would you fight for it?”, kan ik een eind weg filosoferen. Ook de beeldspraak is rijk, zoals in “Let the flavour slip off your tongue and fill your mouth” (“Flavour”) of “Little bits of me, floating independently”. Turning Green zet je altijd op het verkeerde been: net nu je wil meezingen met een stukje melodieuze pop, vervalt de groep in chaos. En nu je naar punk denkt te luisteren, gooien ze groove & vibes naar je hoofd. Of een rustige piano. Het is ook allemaal groepswerk: je hebt geen idee wie de zang voor zijn rekening neemt, noch wie welk nummer heeft geschreven.
LEES HIER HET GESPREL MET SAM WALKER
Downloads en informatie
- The Muel: "Rough in The Bedroom", So Real (geen cat. no.), www.myspace.com/muelmusic
- Turning Green: " What Have We Done", TGO03CD, www.turning-green.com
Eddy Bonte Foto's copyright.
Dit artikel verscheen eerder in www.keysandchords.com
TITEL
--- plaats hier uw inhoud ---

