RUTHIE FOSTER : spirituele soulblues
© Lut Conings Ruthie Foster at Blues Passions 2007, Cognac, France.
De voorbije tien jaar evolueerde de zwarte Texaanse Ruthie Foster van een bedachtzame singer-songwriter naar een swingende publieksinpakker die met haar magistrale stem en haar aanstekelijk enthousiasme al haar roots tegelijk over het publiek uitstort. Haar vijfde cd, “The Phenomenal Ruthie Foster”, bevat heerlijke soulblues met gospel als middelpunt.
Tijdens haar optreden op Blues Passions in Cognac (zie onze festivalbespreking) kostte het Ruthie Foster welgeteld drie strofen om het publiek mee te krijgen. Met de gospelklassieker “Up Above My Head”. Met enkel een spaarzaam versterkte akoestische gitaar voor haarzelf en haar begeleider, Pat Boyack (herinner u The Prowlers). Maar natuurlijk bovenal met haar fenomenale stem, omkranst door haar présence, enthousiasme en feilloze interactie met het publiek. Op een podium hing een spandoek van cognacstoker Camus, wat Pat Boyack de toepasselijke woordspeling “She’s a master blender” ontlokte. En dat is ze inderdaad, want “The Phenomenal” is haar meest geslaagde mix van al haar invloeden: country, folk, blues, soul, gospel. We spraken met Ruthie in Cognac en belden naar Austin, Texas, haar huidige verblijfplaats.
In the Navy…
Hoewel muziek continu haar leven beheerste, stond een muzikale carrière niet in Fosters agenda. En al zeker niet als zangeres van blues en soul. Zo maakte ze zelfs deel uit van “Pride”, een muziekgroep van de Amerikaanse… zeemacht.
Ruthie Foster: “Na mijn hogere studies,ging ik aan de slag bij de Navy. Ik volgde een elektronica-opleiding en ze stuurden me naar San Diego, Californië, om aan helikopters te werken. De Navy heeft in Amerika, maar ook in Japan en Australië bijvoorbeeld, een vijftiental eigen muziekgroepen. Dat zijn eigenlijk recruitment groups die vooral in middelbare scholen spelen met het doel jongeren te rekruteren. Gezien mijn muzikale kennis en mijn formele muzikale opleiding (Foster behaalde een graad in muziek aan een Amerikaans College), werd ik zangeres in zo’n groep. We speelden voor middelbare scholieren, dus voorall top 40-materiaal en wat hier ‘urban music’ heet. Dat was eigenlijk mijn job: als we niet optraden en repeteerden, waren we wel ergens onderweg. Ik heb er veel geleerd over organisatie, leiderschap, hoe je het moreel van een groep hoog houdt, hoe je een groep samen houdt ook, allemaal vaardigheden die ik nu best kan gebruiken. Bovendien waren de groepsleden stuk voor stuk goeie muzikanten. Dat heb ik zo’n jaar of drie gedaan, hoewel ik toen absoluut niet aan een muzikale carrière dacht”.
Ze vertoefde een tijdlang in New York waar ze verbonden was aan Atlantic. Dat klinkt goed, maar de realiteit was niet naar Fosters zin: “Ze zochten een soort kruising van Tracy Chapman en Anita Baker. Ik stuurde een foto van mezelf naar mijn vader en die vroeg zich af wie die blanke vrouw met de neus van zijn dochter wel was…”.
Terug naar Texas
Toen haar moeder in het midden van de jaren negentig ziek werd, schoof Ruthie Foster haar leven opzij en belandde opnieuw in Gause, Texas, waar ze was opgegroeid. De terugkeer naar haar geografische en culturele roots, betekende echter ook de terugkeer naar haar muzikale roots en, paradoxaal genoeg, het begin van haar echte carrière: in 1997, vrij kort na haar terugkeer, naam ze haar eerste cd op, toepasselijk “Full Circle” getiteld. Haar moeder en de plaatselijke gemeenschap blijken namelijk twee bepalende invloeden te zijn.
Ruthie Foster: “Gause, Texas, is een stadje van twee keer niks zo’n 180 mijl ten zuidoosten van Dallas. Gause is gemengd, maar wij woonden in de zwarte sector. Mijn stiefvader werkte op een boerderij van blanken. Hij is trouwens op het veld gestorven na een hartaanval. Het was zo’n stadje waar iedereen iedereen kende en iedereen kende mijn moeder: ze werkte als huishoudster voor een blanke familie en ik moest haar nu en dan helpen. Ik heb dus heel vroeg huizen leren schoonmaken, dat komt nog van pas (lacht). Mijn moeder trok zich ook enkele senioren uit de buurt aan en zorgde ervoor dat er ’s ochtend op tafel stond. Daar moest ik ook mee helpen, zodat ik al heel vroeg het ontbijt klaar maakte voor broers en zussen, maar ook voor die oudere mensen uit de buurt. Mijn ouders hebben heel hard gewerkt. Ik kom ook uit een gospelgezin: iedereen zong, vooral mijn moeder, en iedereen bespeelde wel een instrument, meestal piano of gitaar. Mijn stiefvader hield enorm veel van blues, vooral Lightnin’ Hopkins, Mississippi John Hurt en Howlin’ Wolf. Gospel was overal aanwezig: het koor repeteerde in de week en ’s zondags zongen we in de kerk. Ik ben dus ook beïnvloed door artiesten als Sister Rosetta Tharpe. Iedereen was lid van een kerkgemeenschap. Dat platteland heeft me enorm beïnvloed. Gospel en folk zijn dan ook mijn roots”.
Left: Ruthie with Eddy; Right: Ruthie's guitarist at Cognac: Pat Boyack. © Lut Conings
Ze expliciteert haar afkomst en haar invloeden ook tekstueel in “Mama Said” en “Small Town Blues”. “Mama Said” is een vrij klassiek folknummer, hoewel je de indruk hebt dat de gospeljubelkreet “Hallelujah!” achter elk akkoord schuilgaat. “Small Town Blues” swingt lekker, maar is uit hetzelfde hout gesneden.
Ruthie Foster: “Dat is precies de invloed van het platteland waar ik vandaan kom: folkblues. Lightnin’ Hopkins (ook een Texaan – red.) is mijn favoriet. Ik ben ook goed bekend met een neef van hem, Frank Robinson. Hij komt niet bepaald veel buiten, maar speelt nog altijd. Natuurlijk heb ik ook naar veel vrouwelijke artiesten geluisterd, zoals Jessie Mae of Mahalia Jackson – dat was mijn moeders favoriet. Daarom breng ik live nog altijd graag een nummertje van Mississippi John Hurt, “Walk On” van Brownie McGhee of “People Grinnin’ in Your Face” van Son House”. Overigens brengt ze dat laatste nummer liefst a capella, waarbij ze op haar eentje als een gospelkoor klinkt. Over haar afkomst windt ze geen doekjes: als ik haar vraag of ze zich een zwarte, Amerikaanse, mondiale of een nog anders geaarde artieste vindt, antwoordt ze doodgemoedereerd “I’m a Texan artist”.
Foster laat zich niet voor één gat vangen. Haar eerste cd’s, “Full Circle” (1997) en “Crossover” (1999), staan bol van de folk en de klassieke ballade. Ook omdat ze de meeste nummers zelf schrijft, zou je haar beginwerk rustig als singer-songwriter kunnen klasseren. Toch kan je de invloed van blues, gospel en soul er zo uithalen. “Another Rain Song” (uit “Crossover”) doet me aan Sam Cooke denken en het zal dus geen toeval zijn dat ze in Cognac diens “You Send Me” bracht. Overigens was ook Sam Cooke een master blender - met een zuivere gospelachtergrond - wat hem in zijn tijd niet in dank werd afgenomen.
Runaway Soul
Het keerpunt komt in 2002 met “Runaway Soul”. Folk en folkblues spelen nog altijd een hoofdrol en gospel valt bij Foster sowieso niet weg te denken, maar nu komt voor het eerst de soulblues opzetten. En we bedoelen wel degelijk soulblues, zoals in de jaren zestig. Dat soulgevoel is niet enkel een kwestie van composities, ritme en instrumentarium, maar ook van vocalen: nu komt Ruthie Fosters krachtige stem voor het eerst op de voorgrond. Het is niet enkel een krachtige, maar ook een getrainde stem die zowat alles aan kan.
Ruthie Foster: “Tijdens mijn hogere muziekopleiding, had ik een uitstekende leraar voor zang. Ik zing veel en hard; als ik na al die tijd nog altijd over mijn stem beschik, is dat ook aan die training te danken”. Omdat ze in Cognac heel hoog kon uithalen en op een bepaald ogenblik een noot wel een minuut lang aanhield, vraag ik haar of ze met opera overweg kan. Foster antwoordt zeer bescheiden dat ze “ a bit of opera” gedaan heeft, maar dat ze “al een tijdje geen sopraan meer heeft geprobeerd”.
Haar leraar onderwees haar alle stijlen en technieken, ook Italiaanse aria’s. Luister maar eens naar de traditional “Death Came A-Knockin’”. Het titelnummer, de eigen compositie “Runaway Soul”, zegt veel over de toekomst die ze geen vier jaar later zal inslaan met “Phenomenal”: authentieke soulblues.
Maar soul in godsnaam, waar haalt ze dat uit in deze tijden?
Ruthie Foster kijkt wat verbaasd: “Maar soul is populair hoor. Ja, ja, ik bedoel dus wel soul, niet wat ze vandaag R&B noemen. De oude instrumenten worden weer gebruikt, er heerst echt een retrotrend. Mijn laatste cd is analoog opgenomen ik gebruik ook een Wurlitzer-orgel, zoals in de jaren zestig. Dat geeft, vind ik, een warmer gevoel, zoals in de jaren zestig”.
Ik merk op dat ze in Cognac met succes en overtuiging soulblues bracht met een…versterkte akoestische gitaar. Een lachje: “Jamaar, ik ben daarmee opgegroeid, ik luister al heel mijn leven naar soul. Soul is in my soul. Maar je hebt gelijk, ik kan de gospel en de blues niet verbergen. In die kleine gemeenschap waarover ik je sprak, is gospel namelijk the root of it all. Iedereen speelt muziek of zingt. Het gaat allemaal om spiritualiteit en hoe je je voelt. Daarmee ben ik verbonden wanneer ik zing. Daarom doe ik die verschillende genres op scène: folk, blues, Son House a capella, een beetje reggae. Het is niet religieus, maar wel spiritueel”.
Wie zo begaan is met zijn muziek, wie zijn achtergrond en gemeenschap zo nadrukkelijk voorop plaatst en het woord ‘spiritualiteit’ in de mond neemt, die heeft wat meer voor dan entertainment. Ik leg haar een paar nummers voor waarvan ik vind dat ze een boodschap bevatten. Niets rechtstreeks of militants. Ik leg haar de passage “My mind stayed on freedom” uit de traditional “Woke up this Mornin’” voor en ik gooi de naam Martin Luther King op tafel.
Ruthie Foster: “Yeah. Dat zijn nummers waar ik erg van hou en die ook nog eens een boodschap bevatten. Het publiek kan meezingen en ik kan ze met of ’t even welke muzikant brengen omdat ze eenvoudig aan te leren zijn. Alles in één dus!”.
De componist
Foster kan goed zingen en knap gitaar spelen, maar ze componeert ook. Haar repertoire schrijft ze grotendeels zelf, een talent dat nauwelijks wordt vermeld als haar succes ter sprake komt. Ik opper dat ze op haar eerste paar cd’s als een pure singer-songwriter klinkt, dat de blues en de gospel enkel onderhuids aanwezig zijn. Wie waren haar eerste invloeden dan?
Ruthie Foster: “Mijn eerste twee cd’s kan je inderdaad beschouwen als singer-songwiter meets folk In de jaren zeventig had Paul McCartney zijn groep Wings opgericht en ik was en ben een hele grote fan van hem. Het is een groot muzikant en een groot componist. Nog een invloed is Billy Joel. Natuurlijk raakte ik ook beïnvloed door de soulzangers van toen, ik denk aan de prachtige stem van Donny Hathaway. Al die mensen heb ik nagedaan. Ik componeerde rond een bepaalde stijl en een bepaalde stem, bijvoorbeeld die van Hathaway. Je kan zeggen dat ik voor bepaalde stemmen schreef. Dat doen veel singer-songwriters, vooral de verlegen types, en ik was toen zeker een verlegen type. Nee, ik vond mezelf toen helemaal geen zangeres, hoewel ik alle kneepjes van het vak kende en wist dat ik talent had. Ik heb mezelf gitaar leren spelen in open tuning toen ik een jaar of tien was. Een paar jaar later kreeg ik een muziekleraar en leerde ik ook piano spelen. Daarna volgden dus die drie jaar formele opleiding aan het College. Ik wilde gewoon een zo goed mogelijk muzikant zijn, specifiek op gitaar. Met mijn stem was ik niet bezig...”.
Die stem, waarmee ze nu in de eerste plaats wordt geïdentificeerd, komt voor het eerst op de voorgrond op “Runaway Soul” (2002), samen met een songkeuze richting bluessoul. Op “Stages”, een live-cd uit 2004, klinkt overduidelijk over welke vocale troeven ze beschikt.
Ruthie Foster: “Inderdaad, maar “Stages” is dan ook een live cd. De studio is mijn omgeving niet moet je weten, voor de eerste twee albums hebben mijn vrienden mij in de studio moeten sleuren. Ik vind het zo steriel. Op scène is dat helemaal anders: je hebt contact met je publiek, de mensen lachen, zingen mee..., that is the spirit of music. Op het College zong ik blues in verschillende groepen van ons instituut, maar daar was toen meer techniek dan gevoel mee gemoeid. Ik heb de blues pas opnieuw opgenomen nà de Navy. Ik herinner me dat ik me in een zaal aan het voorbereiden was, klaar om mijn eigen nummers te brengen, en dat ik toen de blues opnieuw ter hand nam. Ik voelde er me toen weer goed bij en ging zelfs terug in de tijd, naar Sam Cooke, Aretha Franklin, Etta James. En Stevie Wonder, een hele grote invloed, mijn eerste plaat was er een van Stevie. Ik was wel een jaar of dertig toen ik mijn stem begon te beschouwen als een instrument dat verschillende stijlen aankon. Het heeft ook te maken met je leven: naargelang je meer levenservaring opdoet en verschillende dingen meemaakt, voeg je dat toe aan je muziek. Toen vond ik mijn stem, enige tijd na mijn eerste cd”.
Morgen
Het is duidelijk dar Ruthie’s stem zowat alle genres aankan. Ze heeft dus enkel l’embarras du choix. Dan vragen wij ons natuurlijk af wat de volgende fase in haar carrière wordt.
Foster: “Ik breng nummers en stijlen waarbij ik me goed voel. Ik probeer wel het publiek te ‘lezen’ en dan pas ik me een beetje aan, maar meestal gaat het om hoe ik mij voel”. Over de toekomst hoeft ze zich geen zorgen te maken: “Phenomenal” kwam meteen binnen op nummer zes in de blues charts van Billboard, net onder Koko Taylor. Distributiemogelijkheden in Europa liggen nu ter tafel.
Wanneer ik vraag of ze het soms sneu vindt zo vaak met Aretha Franklin te worden vergeleken, heeft ze een eenvoudige respons klaar: “I don’t mind, it’s good company to be in”.
© Text Eddy Bonte and Pics Lut Conings . Eerste publicatie tekst: Back to the Roots, www.backtotheroots.be
Meer info
http://myspace.com/ruthiefosterband
Discografie
Full Circle (MOD Records, 1997)
Crossover (MOD Records, 1999)
Runaway Soul (Blue Corn, 2002)
Stages (Blue Corn, 2004)
The Phenomenal Ruthie Foster (Blue Corn, 2007).

