MR NINE BY NINE : NICK PICKETT

EXCLUSIEF INTERVIEW
(Blues at the Mills, 23 augustus 2003)
Natuurlijk kent u Nick Pickett, want u kent uiteraard “Nine by Nine”: een opgewekt instrumentaal nummertje met de elektrische viool in de hoofdrol dat door de John Dummer Famous Music Band in 1970 de hitparades van Frankrijk en de Benelux ingespeeld werd. Welnu, Nick Pickett is de componist, de arrangeur en de vioolspeler van “Nine by Nine”.
De ironie van het lot wilde dat de John Dummer Band uit elkaar lag toen “Nine by Nine” bij ons op het Continent een meeneuriër werd. En aangezien de Engelsen nooit om een £ verlegen zitten, werden de groepsleden weer opgetrommeld om een cash-in LP te maken: “Blue”. Nick Picketts rol werd meteen opgewaardeerd, want de groepsnaam werd verlengd met “featuring Nick Pickett”. Mr Nine by Nine schreef en arrangeerde gewoon àlle nummers, zodat “Blue” voor een solowerkstuk mag doorgaan. Maar de magie van dat hopsakeedeuntje was voorbij, de LP flopte grandioos en de Dummer Band legde er alweer het bijltje bij neer. In 1972 nam Pickett een solo-LP op bij Warners, maar ook die faalde jammerlijk. Pickett verdween zo goed als compleet van het toneel: nu en dan verscheen hij in de studio als gast, hier en daar trad hij op met een akoestisch programma. Hij zou een loner blijven. Zijn loopbaan nam een andere wending: hij ging opnieuw studeren (design) en werd een paar jaar terug bedacht met een doctoraatsdiploma voor zijn ontwerpen van muziekinstrumenten voor gehandicapten. Wij ontmoetten Nick Pickett PhD, nu actief als muziektherapeut, in augustus vorig jaar na een optreden op het Londense “Blues at the Mills” festival.
We wilden wel eens weten hoe “Nine by Nine” tot stand was gekomen, aan welke muzikale achtergrond we dat nummer te danken hebben en vooral wie deze Nick Pickett eigenlijk is. Pickett is verwonderd over de belangstelling, maar tegelijk vereerd met de aandacht die hem na al die tijd te beurt valt. En hij kan zijn blijdschap absoluut niet verbergen als ik hem een exemplaar van de Franse persing van “Nine by Nine” met fotohoes overhandig, een uitgave die hij nog nooit had gezien.
Hoe ontstond “Nine by Nine”?
Pickett: Dat nummer heb ik eigenlijk geschreven in opdracht van Mike en Richard Vernon van het platenlabel “Blue Horizon”. Het Amerikaanse duo Don & Dewey hadden een hit gescoord met “Stretchin’ Out” en het melodietje werd gespeeld door een viool. Ik speelde ook viool, dus vroegen de broertjes Vernon of ik een blues voor viool kon componeren. Twee weken later was “Nine by Nine” af, maar toen ik het in de kantoren van CBS liet horen, gooiden ze me eruit. Ze vonden het rommel! Ze vonden het te traag. Enfin, toen we de volgende LP met The John Dummer Band opnamen, haalde ik het weer boven en zo kwam het op plaat terecht. Toen we in Frankrijk optraden en de PLAAT beluisterden met de promoman, pikte die er “Nine by Nine” uit voor een single release. Hij wist niet dat ik het voor Blue Horizon had geschreven en nog minder dat het was afgewezen. En het werd een hit in Frankrijk (en de Benelux! – EB)
In de blueswereld zijn niet zoveel violisten actief. Ik denk aan Rockin’ L.C. Robinson of Don “Sugarcane” Harris. Speelde je vaak viool en dacht je er toen aan het als bluesinstrument te ontwikkelen?
Pickett: Eigenlijk niet. Op een hele avond deden we maar een paar nummertjes met de viool. Voor het overige concentreerde ik me op zang, gitaar en harmonica. Toen ik solo ging, legde ik me op toe op de harmonica. Viool spelen en zingen tegelijk is niet zo eenvoudig. In 1990 werd ik aan de hals geopereerd en sindsdien is viool spelen te pijnlijk.
Hoe klonk die solo-LP die je in 1972 opnam?

Pickett: Er stond maar één bluesnummertje op, de rest was wat toen “progressive folk” of “psychedelic folk” heette. Wel ja, een beetje zoals Renaissance. Je weet wel, al die geluidseffecten, wat John Martyn toen ook deed. Dingen met echo en reverb op gitaar en harmonica, wah wah, tremolo…
Kortom, het was 1972.
Pickett: Inderdaad. Die LP is niet erg representatief voor mijn werk, maar een nummer als “Lady Luck” breng ik nog altijd. Er is inderdaad een groot verschil met de John Dummer-periode, toen we meestal blues speelden.
Je invloed bij die groep was niet gering.
Pickett: Dat klopt. Bijna elk nummer dat de groep opnam toen ik er deel van uitmaakte, was door mij geschreven en gearrangeerd. Ik zong, speelde gitaar, harmonica, viool… John Dummer drumde, maar hij was ook de drijvende kracht, de organisator. Zonder Dummer geen groep. In mijn periode zorgde Dummer voor de financieel-organisatorische en ik voor de artistieke inbreng.
Keerde na je die solo-LP terug naar je blues roots?
Pickett: Het enige wat veranderde, is dat ik sindsdien al die geluiden en effecten heb weggelaten. Ik steun op een natuurlijk akoestisch geluid en ik breng bijna uitsluitend eigen nummers, zoals vanavond. Nu en dan durf ik er wel eens een country bluesklassieker tussengooien, Leadbelly of Big Bill Broonzy bijvoorbeeld. Natuurlijk hoor je al die invloeden in mijn eigen composities. Als je “Tremolo City” beluistert, dat dansnummertje, hoor je de harmonica à la Slim Harpo. Hoop ik toch. Andere nummers zullen je herinneren aan Blind Lemon Jefferson, Rev. Gary Davis of Blind Blake – mijn finger pickin’ style bijvoorbeeld, ik hoop dat die invloed duidelijk hoorbaar is.
Je harmonicaspel is heel sterk beïnvloed door Duster Bennett (een Engelse one man bluesband, overleden in de jaren zeventig, die drie LP’s opnam voor Blue Horizon – EB). Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Pickett: Duster heeft een heel belangrijke invloed op me gehad. We leerden elkaar kennen toen ik nog op de kunstacademie zat. In het weekend gingen we met vrienden bluesgroepen beluisteren en op een keer speelde Duster in het voorprogramma van Fleetwood Mac. Toen ik hem hoorde, ben ik pas echt naar mondharmonica beginnen luisteren. Iedereen imiteerde de harmonica van Dylan of Donovan, maar Duster Bennett speelde melodieën op zijn harmonica! Donovan of Dylan produceerden enkel noten. Ik kende wel Jimmy Reed en zo, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat je inventief kon zijn op een harmonica. Wat Duster Bennett op zijn eentje presteerde met harmonica en gitaar, dat hield je soms niet voor mogelijk. Ik heb het meer dan een keer meegemaakt dat hij Fleetwood Mac van het podium speelde. Ook Brendan Power, een Nieuw-Zeelander van Ierse komaf, heeft mijn harmonicaspel beïnvloed. Hij heeft een truc toegepast: normaal heb je op een harmonica twee noten die identiek zijn en in het midden kan je maar één octaaf bereiken. Welnu, Brendan heeft één van die twee noten veranderd en zo maakte hij er een octaaf bij! Je kan er Ierse muziek mee spelen die als Chicago klinkt. Je kan er echt gekke dingen mee doen, Brendan heeft heel mijn benadering van dit instrument gewijzigd.
Heel wat nummers die je vanavond bracht, passen perfect in de Engelse folk traditie.
Pickett: Dat klopt, een nummer als “The Glass Island” bijvoorbeeld. Het bestaat uit twee delen, elk met een eigen toonladder, typisch voor Engelse folk. In het midden hoor je dan een noot die een continue “whaaa” produceert, een soort “hangende” noot. Een nummer als “Norwegian Wood” van The Beatles is ook zo opgebouwd. Maar inderdaad, bepaalde nummers die ik bracht klinken in de traditie van The Pentangle en Bert Jansch.
Er is geen merkbaar verschil met wat je pakweg twintig jaar geleden deed?
Pickett: Buiten mijn harmonicaspel niet echt, nee. De fundamentele benadering van hoe je een song schrijft en brengt, is gelijk gebleven. Anderzijds heb ik een nummer als “Lady Luck” wel veranderd, zodat het nu meer als John Lee Hooker klinkt. “Ramblin’ Boy”, het openingsnummer, is sterk beïnvloed door de vroege Muddy Waters, de spullen die hij voor de Library of Congress opnam.
Waar plaats je jezelf in de Engelse traditie?
Pickett: Ik ben ook wel sterk beïnvloed door de Amerikaanse muziek! Ik ben geboren (1949) en getogen op het platteland van Somerset – Dorset, in een dorpje van een 400-tal inwoners. Ik luisterde vaak naar de radio, die oude lampenradio’s weet je wel, maar dan niet naar Britse zenders. Ik luisterde naar een Franse zender op de lange golf en die zond elke avond om tien uur het programma “Jazz dans la nuit” uit. Het is merkwaardig hoe mijn generatie beïnvloed is door muziek die we nooit live meemaakten, maar enkel op buitenlandse radiostations konden beluisteren. Niet verwonderlijk, want de dichtst bijgelegen platenzaak betekende een uitstap van 50 km, maar we hadden geen auto. Toen ik op school zat, had ik misschien vier, vijf platen. Anderzijds, was er de lokale club waar artiesten als Martin Carthy, The Yetties, Chris Foster en zo al die typisch Engelse volksmuziek brachten, met liedjes over boerenploegen en zeilende scheepjes… Ik ben door die twéé tradities beïnvloed, maar die werden toen heel strikt gescheiden gehouden: in een folk club werd geen blues gespeeld of omgekeerd.
Het is dus niet te verwonderen dat ik die Engelse folktradite zo hoor doorklinken!
Pickett: Inderdaad niet, die traditie is altijd in mijn muziek aanwezig geweest. Je kan je roots niet verloochenen. Nogmaals, het meest verwonderlijke vind ik nog altijd dat wij werden beïnvloed door muziek die we nooit live gehoord hadden. Toen ik voor het eerst Jo-Ann Kelly hoorde, was dat op de klassieke muziekzender Radio 3. Toen ze zeiden dat Kelly van London was, dacht ik: dat kan niet, dat is het soort muziek dat ik op die buitenlandse stations hoor. Toen ik in Londen school liep, kocht ik Melody Maker om te zien waar ze optrad! Later heb ik veel met haar gespeeld. Ze heeft ook nog opgetreden met de John Dummer Band. Ze verzorgde het voorprogramma en kwam dan later weer op scène om met mij en de groep te zingen. Als ze zong, ging dat recht door je ruggengraat (Pickett wordt stil, de veel te vroeg aan kanker overleden Kelly was ook een goeie vriendin).
Je vindt jezelf geen onderdeel van de Britblues?
Pickett: Niet echt nee. Britblues is trouwens half Brits, half Amerikaans. Gelukkig zijn organisatoren nu meer open van geest dan vroeger.
Je hebt sinds je solo-LP uit 1972 geen eigen albums meer uitgebracht. Zijn er plannen voor heruitgaven?
Pickett: Mijn laatste opname staat op het album “Blues From a Hotel Room”, maar dat is geen solo-plaat. Voor mijn solowerk bestaat blijkbaar niet genoeg interesse om het weer uit te geven. Voor mijn huidig werk trouwens ook niet.
Het gesprek loopt af. Pickett heeft een afspraak met Peter Emery, de weduwnaar van Jo-Ann Kelly, die al een tijdje zit te wachten op het terras. Emery speelde ook nog bij Dummer. Nick signeert met genoegen mijn exemplaar van een LP van Dave Peabody waarop hij o.m. viool speelt en het hoesje van “Nine by Nine”. We beloven elkaar te corresponderen over Duster Bennett. Terwijl de minidisc nog loopt, speelt hij voor mij alleen “Nine by Nine” op de harmonica. Een fantastisch souvenir!
MEER INFO: CONCERTBESPREKING & DISCOGRAFIE
it artikel verscheen oorspronkelijk in nr. 2/2004 van webzine Keys and Chords, nu muziekwebsite www.keysandchords.com
Blues at the Mills Festival, William Morris Room, Abbey Mills (Merton) Londen, 23 augustus 2003. Foto © Eddy Bonte
Oorspronkelijk verschenen in e-zine en nu muziekstite www.keysnadchords.com
Foto's © Eddy Bonte
--

