Newsletter   |   Contact  

GARY FLETCHER & TOM McGUINESS

1 GARY FLETCHER

ENGLISH

Exclusief gesprek

 

Hoewel hij al sinds het prille begin typische Blues Band-nummers aflevert, behoorde Gary Fletcher tot voor een paar jaar tot het type “stille bassist”.   Die tijd is voorgoed voorbij. Voor de Blues Band-cd “Steppin’ Out” (2002) leverde hij niet minder dan drie songs, zijn eerste solo-album is uit op hetzelfde label als dat van de groep, hij treedt solo op met een compleet zelfgeschreven repertoire en komt op verzoek graag een avondje vullen met zijn eigen combo.

Fletcher proefde dertig jaar geleden al van het succes, toen Brian Chalker’s New Frontier een hitje scoorde met het Kris Kristofferson-nummer “Help Me Make It Through the Night”. Daarvoor had hij de stiel geleerd bij lokale groepjes als The Breath of Life en Garfield Row. En daarna liep hij een reeks groepen en genres af (o.m. Sam Apple Pie, later The Vipers), tot hij in 1978 Dave Kelly ontmoette: ze maakten beiden deel uit van The Wildcats, Fletcher speelde op Kelly’s soloplaat “Willing” en Kelly stelde hem aan Paul Jones voor toen die The Blues Band aan het formeren was. De rest is geschiedenis. Fletcher en Kelly zijn dikke vrienden gebleven en het is vaak Kelly die nieuwe nummers van zijn maat uitprobeert en een eerste oordeel uitspreekt.

In zeker opzicht vangt Fletchers solocarrière al aan in 1997, toen hij  met zijn vrouw Hilary een twaalftal nummers schreef, arrangeerde, zong en opnam. De collectie werd in 1997 op hun eigen label (1997) uitgebracht als “The Feud of Love” door The Relatives! Eén nummer, “Commuter Blues”, werd al in 1989 geschreven voor het Blues Band-album “Back For More”, maar ronduit geweigerd. Het staat nu ook op zijn solo-cd. Die weigering verbaast niet echt:  “Feud of Love” heeft geen noot met het idioom van The Blues Band van doen.  Mede door de heerlijk pure stem van Hilary Fletcher, overheerst de Engelse folk (“More Than Just Love”) en dàt is net een register te ver. Soms overheerst de pure pop (“Devoted”) en dat is een idioom te dicht. Overigens is “Feud of Love” een hele mooie plaat met uitgekiende melodieën, harmonische samenzang (“Why Me?”), veel liefde en onrust en doses maatschappelijke betrokkenheid (het zelfkritische “The Caring Eighties”). Die maatschappelijke link vind je wel vaker in de teksten van Fletcher. Zo behandelt “World Gone Crazy” twee feiten die binnen de paar dagen het gezin Fletcher overhoop haalden: het bijna fatale ongeluk van hun zoon Jack en de aanval op Twin Towers. “Feud of Love”is een koesteralbum voor melomanen met een gevoel voor evenwicht en de juiste maat. Hilary Fletcher verbergt haar schrijvers- en zangtalent te vaak, maar je kan haar (begeleid door Dave Kelly) ook beluisteren de LP “Hard Cash”, een BBC-reeks over steuntrekkers. 

Fletcher, een vriendelijk en intelligent man die helemaal is verstoken van pseudo-artistieke pretenties, stond ons graag te woord.

Gary, nieuwe nummers worden eerst voorgelegd aan de zg. “selectiecommissie” van The Blues Band. Waarin verschilden de Fletcher-nummers die het groepsrepertoire niet haalden, maar die wel op je soloplaat staan?

Gary Fletcher: “Soms hebben die nummers meer met rock dan met blues van doen. Dat was eigenlijk heel lang mijn fout: mijn composities waren te ingewikkeld, ik voegde overbodige akkoorden toe. Maar er zitten ook perfecte dingetjes tussen die werden geweigerd en dan ben je natuurlijk ontgoocheld. Op mijn soloplaat en tijdens mijn solo-optredens, probeer ik mezelf te vinden, ook als zanger en gitarist. In de groep is daar niet veel ruimte toe, als je bedenkt dat we met Paul  Jones en Dave Kelly twee goeie zangers in huis hebben. Ik moet dus mijn eigen stem vinden, ook letterlijk, en ik weetat ik niet klink als Joe Cocker of Howlin’ Wolf. Maar ik ben wel in staat om redelijk behoorlijke melodieën te schrijven. Verscheidene recente nummers zijn geïnspireerd door minder leuke persoonlijke gebeurtenissen (het bijna fatale ongeluk van zijn zoon Jack – red.), maar soms – en ik wil geen artistieke pretentie verkopen - vindt de artiest zijn stem in minder leuke omstandigheden. Daardoor heb ik ook een soort angstfase kunnen overwinnen, want mijn nummers leveren commentaar. Het zijn misschien geen echte protestsongs en een paar behandelen de liefde en typische bluestoestanden, maar die commentaar is er altijd. “The Official Gary Fletcher Bootleg Album” (een ferme knipoog naar de titel van de eerste Blues Band-lp, red.) is vooral gewoon mijn stem en mijn gitaar. Het is niet echt een solo-album, want de meeste nummers werden specifiek voor The Blues Band geschreven, ook al heeft de groep ze niet allemaal aanvaard of uitgebracht. Vorig jaar verkocht ik na optredens een zelfgeperste cd waarop al veel nummers van “Bootleg” stonden en ik kreeg leuke commentaren. Zo groeide de idee om er een echte cd  van te maken. Voor mij is “Bootleg” veeleer een verklaring”.

Vanuit jouw standpunt zijn de Blues Band-versies natuurlijk een soort covers. Dit album is dus een artistiek statement: zo zou Fletcher het gedaan hebben.

Fletcher: “Het is een historisch statement, maar ook een artistiek. Zeker met de recente nummers maak ik duidelijk hoe ik klink als solo-artiest, ook al omdat sommige nummers op “Official Boorleg” nièt met de groep in het achterhoofd zijn geschreven. Sommige zal ik zelfs niet aan de zg. “commissie” voorleggen. Het zou eigenlijk niet gepast zijn,  omdat ze niet horen bij het genre dat The Blues Band brengt. De laatste tijd schrijf ik heel veel, soms een paar nummers per dag. Vroeger had ik ook wel inspiratie, maar het bleef te vaak bij snippers, ik werkte nooit wat af. Veel van mijn recente nummers passen niet bij de groep, ik pik er de meest geschikte uit. Op de laatste Blues Band-cd, “Steppin’ Out”, stonden er toch drie, dat is niet mis als je weet dat Jones, Kelly en McGuinness ook schrijven! Ik hoop binnen het jaar met een échte soloplaat te kunnen uitkomen, dus met allemaal nieuwe nummers. Ondertussen heb ik mijn eigen, semi-akoestisch en drumloos combo opgericht met mijn zoon Jack (bas), Rob Townsend  (The Blues Band, ex-Family) op congas en John Evans op gitaar. Niemand kent John Evans, het is een lokale gitarist die in de trend van Mark Knopfler en Richard Thompson speelt met een heel eigen geluid en gemene slide erbovenop, gewoon een fantastisch gitarist die het om een of andere reden nooit gemaakt heeft. En verder hoop ik deze zomer wat festivals te kunnen spelen”.

www.garyfletchermusic.co.uk

The Relatives: Feud of Love, Arone Records, 1997, 786-96CD

Hilary Fletcher & Dave Kelly: “Master and Servant” op V.A. “Hard Cash”,  Special Delivery / Topic Records, 1990 (LP: SPD 1027, CD SPDCD1027).

++++++++++++++++++++++++++++++

CD-RECENSIE Gary Fletcher: Human Spirit

Beat Goes On Records, BGOCD 780

(...) Maar goed, dit is ondertussen zijn tweede solo-inspanning en ook die heeft niets bluesbandachtigs. Integendeel. Onze man is opgegroeid met de blues, maar, legt hij zelf uit: ik ben een blanke Engelsman van Zuid-London en ik breng mijn eigen hic et nunc-blues. Kort na elkaar: een bijna dodelijk verongelukte zoon, een hartverterende echtscheiding en de Twin Towers - bij Fletcher is de sociale realiteit nooit ver af. De positieve verwerking van dit rouwproces hoor je op “May You Now Find Peace”. Fletcher mag dan de blues hebben meegemaakt, hij gebruikt het bluesidioom zelf enkel als alfa. Op dit dozijn originele composities staat bovenal een singer-songwriter met klasse centraal, bijv. op “Born Too Pretty” (met een zeer subtiele harmonica van Mark “Nine Below Zero” Feltham). “You Can’t Quit” is met country besprenkeld, J.J. Cale en Mark Knopfler lopen los doorheen dit album, minder gebruikelijke instrumenten als accordeon, viool, mandoline en conga’s verlenen een special touch. Consumeer met mate, kauw geduldig.

Meer info op www.garyfletchermusic.co.uk

CD-recensie Gary Fletcher: The Official Gary Fletcher Bootleg Album

Hypertension, HYP 4227

“Green Stuff”, het nummer waarmee The Blues Band sinds jaar en dag zijn concerten afsluit, is van de hand van Gary Fletcher: bassist, maar evenzeer gitarist, zanger en componist. De laatste jaren leverde Fletcher steeds meer nummers voor The Blues Band. Deze solo-cd, zijn eerste, bevat drie soorten eigen composities: a) nummers die de groep wel opnam, maar nooit uitbracht b) drie compleet nieuwe songs en c) zijn eigen versies van nummers die we tot nu toe alleen in Blues Band-versies kennen. Opgeteld, hoor je een dozijn “tunes” (zoals Fletcher ze noemt) die perfect illustreren waarom hij beetje per beetje de behoefte voelde om zich  op plaat en op scène te uiten met een eigen repertoire en een  zelfgecreëerd geluid. Het autobiografische “World Gone Crazy” is zo’n voorbeeld, of het naar bluegrass en J.J. Cale neigende “A Lie Is A Lie”. In beide gevallen hoor je een echte singer-songwriter aan het werk, een beheerst zanger die meestal aan zijn akoestische gitaar genoeg heeft. De nummers die deel uitmaken van Blues Band-repertoire, zijn natuurlijk het interessantst omdat je hier de naakte  versies hoort, bijv. van “Stepping Out On Main” of “So Lonely”. Soms heb je meer luisterbeurten nodig om de fijngekartelde bluesbodem te bereiken, ook om te beseffen hoezeer genres als Engelse folk, country en blues bij elkaar liggen vooraleer er arrangementen, groepsgeluiden, producers en …andere creatievelingen aan te pas komen. Het oeuvre van Fletcher is ook zonder al die verwijzingen en vergelijkingen perfect genietbaar voor wie houdt van vakmanschap zonder versiering maar met veel intensiteit.

2 TOM McGUINNESS

Tom McGuinness, die ooit in hetzelfde beginnersgroepje zat als Eric Clapton, verspreidde vanaf 1962 de blues in Engeland. Zonder Tom McGuinness geen bluespioniers als Manfred Mann of The Bluesban

CD-recensie : Double Take, McMusic002

Tom McGuinness, die ooit in hetzelfde beginnersgroepje zat als Eric Clapton, verspreidde vanaf 1962 de blues in Engeland. Zonder Tom McGuinness geen bluespioniers als Manfred Mann of The Bluesband. Maar deze zanger, gitarist en componist vang je niet voor één gat. Eigenlijk is hij verzot op alle muziekjes en speciaal de Amerikaanse. Met zijn groep McGuiness-Flint (“When I’m Dead and Gone”) introduceerde hij een soort C&W Britfolk. Op deze tweede soloplaat, wemelt het dan ook van Amerikaanse roots met een klemtoon op de fifties. We hebben recht op luie New Orleans, gezapige folkblues (Big Bill Broonzy), slepende crooner- en loungeblues. Met “Sweet Temptation” is de bijna vrouwelijke soulblues van Robert Cray aanwezig.  Op de vier instrumentale nummers daarentegen, snoept hij gewoon van leuke melodietjes: “Out Of Africa” is een townshipdeuntje, “O Tannenbaum” een virtuoze knipoog, de hommage aan het idealisme van Che Gueverra een interludium. Op het podium is McGuinness een rustige jongen die in The Bluesband al eens met Dave Kelly duelleert zonder dat één haar van zijn strakke kapsel scheef gaat zitten. Deze cd straalt eveneens rust uit. Maar ook beheersing en vakmanschap. Tien van de dertien nummers schreef McGuinness alleen of met de jeugdvrienden met wie hij al een hele reeks toppers en podiumhits bijeenpende, nl. Paul Jones, Benny Gallagher, Graham Lyle en Lou Stonebridge. Alle genres in acht genomen, draagt heel de plaat de imprint van McGuniness.

 

 

© site by Advitec.be