Newsletter   |   Contact  

DAVE KELLY & PAUL JONES

4 Paul Jones: Starting All Over Again (cd-recensie)

Zanger, muzikant, componist en dj Paul Jones is niet enkel een icoon van de Britse blues, maar evenzeer een onvermoeibaar, enthousiast en bijzonder deskundig promotor van de blues tour court (luister ’s maandags om 20u naar BBC2). Maar op zijn solowerk, ontbrak de blues vreemd genoeg bijna altijd. Tot nu. Als Jones zijn hart laat spreken, kiest hij gospel, fifties R&B en een schep soul (en wat jazz, maar sssh). In plaats van zijn trouwe begeleiders van The Blues Band of The Manfreds, trommelde hij een schare uitmuntende artiesten op (o.a. Eric Clapton en Jake Andrews), stelde Carla Olson aan als producer en oogstte kieskeurig songs van gerenommeerd volk zoals Eric Bibb, Van Morrison, Travis Childs en Johnny Taylor. Toch gaat kwaliteit boven faam, tenzij u de fanclub kent van Darrell Leonard, Inga Ingemarsson en de vergeten Georges Coolures. Het resultaat is een kwaliteitsvolle collectie R&B in al zijn verscheidenheid: vingerknippers, soft swing van orgel en koper,  slepers, (“Still True” van Travis Childs),  klassieke shuffle ontleend aan Van Morrison (echt waar & grandioos), krachtige treursoul (het titelnummer), lounge (“I’m Gone”), gospel en, om gusto te krijgen naar meer, een duet met de onnavolgbare Percy Sledge. Jones besteedt bijzondere  aandacht aan het evenwicht: zonder flets te klinken, is op deze plaat geen enkel exces aanwezig. De variëteit aan stijlen en instrumenten schaadt op geen enkel moment de eenheid. Met Jones als artistiek directeur en zanger, bevinden we ons namelijk terug in de tijd dat soul, R&B en gospel lekker dooreen liepen. Meer info: www.pauljones.eu en www.continental.nl

3 John Dummer Blues Band: The Lost 1973 Album (cd-recensie)

Een opname met Dave Kelly wil ik altijd wel een beurt geven, zeker als het tegelijk gaat om de laatste klanken van Graham Bond en de allerlaatste release van John Dummers bluesgroep. De studioplaat in kwestie werd in 1973 door Vertigo geweigerd: de vlag wapperde niet meteen richting blanke blues en John Dummer had al vaker de opportunist uitgehangen zonder echt te scoren op drieëndertig toeren. De hit “Nine By Nine” is in geen enkel opzicht representatief. Maar met Kelly opnieuw aan boord, plus Pete Emery (echtgenoot van Jo-Ann Kelly), Colin Earl (ex-Mungo Jerry) en Graham Bond..? Niet dus. De tape dook pas vorig jaar weer op. En wat blijkt? “The Lost 1973 Album” heeft veel weg van een Kelly-soloplaat (...) Kelly’s eigenzinnige mix staat mij wel aan en klinkt voldoende rootsy, maar steekt nergens boven uit. For completists, heet dat.

2 Dave Kelly Band & Gary Fletcher Spirt of  66, Verviers, 13 oktober 2003

<<< Gary Fletcher is niet alleen de bassist van Dave Kelly, maar ook een begenadigd componist. Zo schreef hij “Green Stuff”, zowat het lijflied van The Blues Band, waar hij eveneens de bas hanteert. Jarenlang spaarde hij alle nummers op die niet bij The Blues Band pasten. Jarenlang ook liet hij het microfoonwerk over aan Paul Jones en Dave Kelly, maar zijn demo’s bewezen zijn kwaliteiten als zanger. Het was dan ook de singer-songwriter en akoestisch gitarist Gary Fletcher die solo de avond opende met een goed halfuur vriendelijke, zachte, maar bijna altijd maatschappelijk betrokken melodietjes en liedjes, “tunes” zoals hij ze zelf noemde. Geen eenvoudige opdracht voor een zo goed als lege zaal (amper dertig man!) die op een bluesgroep zit te wachten, maar Fletcher slaagde erin de intimistische sfeer van zijn muziek over te brengen. We herkenden “Green Stuff” en nog een paar bluesy nummers, maar ook breekbare ballades (het downloadbare “World Gone Crazy” over het ongeluk van zijn zoon kort na de aanslagen op New York) en het  heftige “A Lie Is A Lie”.  Al die naakte songs zijn volwassen, maar zouden met een arrangement voor groep niet misstaan. Dat wordt dus uitkijken naar zijn Fletchers eerste solo-CD, die in het voorjaar van 2004 verschijnt.

Daarna was het twee sets lang de beurt aan DVK ofte Dave Kelly Band, met de leider op micro en gitaar, zoon Sam op drums, schoonbroer Peter  Emery op gitaar en Gary Fletcher op bas. Als hij voor eigen rekening speelt, wijkt Kelly graag van het klassieke bluespad af. Hij is zot van country, maar ook van soul  en zelfs pop. Op zijn solo-Cd’s staan versies van  Elvis-hits (“Return to Sender”), Tim Hardin, Bob Dylan, Ray Davies en Buddy Holly, die de cirkel met de countrymuziek rondmaakt. Kelly startte met de soulrocker “Lovey Dovey”, ook het openingsnummer van zijn recentste solowerk, “Resting My Bones”, waarop de eerste set is gebaseerd.  Dat betekende dus een zware portie americana. Toen  hij Townes Van Zandt aankondigde en een toeschouwer om rock and roll vroeg, vatte Kelly zijn muzikale visie samen met het antwoord “It’s all rock and roll”. Dave Kelly’s soort R&R krijgt body door de sterke ritmesectie en de gitaarduetten (geen duels) van Kelly en Emery, die er compleet aparte maar toch compatibele stijlen op na houden. De tweede set rolde meer de kant uit van  Chicago en Memphis, met als opener de rock-a-aboogie van Rev. Gary Wilkins. Deze set sloot  nauwer bij het publiek aan en Kelly deed duidelijk toegiften toen hij er klassiekers als “Two Trains Running” en  “Dust My Broom” tussengooide, maar hij bleef vooral swingen. De groep wordt twee keer teruggeroepen en bist met rockabilly (“Mona Lisa”) en  de rock van Chuck Berry (“Nadine”).

In deze regel graag uw aandacht voor de andere gitarist, Peter Emery. De weduwnaar van Jo-Ann Kelly was vroeger een icoon van de Britse akoestische blues en is nu zo goed als vergeten. Onterecht, zo blijkt, want hij produceerde, geheel elektrisch natuurlijk, een zware twang en rumble die aan de fifties doet denken en het geheel vervaarlijker deed klinken.

Wie met open muziekkleppen naar de DVK luistert, hoort een professionele en gedreven band,  geslepen en gehard door 35 jaar zwoegen en vechten, met een onwaarschijnlijk rijk repertoire, een foutloos gevoel voor het juiste volume, het gepaste tempo en de gepaste swing. We ware met dertig, maar hebben ons geamuseerd voor een volle zaal.

Meer info op www.thebluesband.co. Oorspronkelijk verschenen in Back to the Roots *** Foto's ©

1 : Dave Kelly: Resting My Bones (cd-recensie)

Zoals hij al eerder deed, wijkt Dave Kelly op zijn nieuwste soloplaat opnieuw af van de blues, maar dit keer grondig. De CD-titel, een passage uit “Dock of the Bay” van Otis Redding, is niet toevallig gekozen: “Resting My Bones” verwijst naar de onthaastingsstijl waarmee Kelly dit keer country en – schrik niet – soul brengt.    

 

Zoals hij al eerder deed, wijkt Dave Kelly op zijn nieuwste soloplaat opnieuw af van de blues, maar dit keer grondig. De CD-titel, een passage uit “Dock of the Bay” van Otis Redding, is niet toevallig gekozen: “Resting My Bones” verwijst naar de onthaastingsstijl waarmee Kelly dit keer country, folk en… soul brengt. Zijn eigen composities worden geflankeerd door Otis  Redding, Tim Hardin, Jackson Browne en Steve Goodman.

 

Het is wennen, maar Kelly zet de stomende soulklassieker “Lovey Dovey” compleet naar zijn hand. Als het rootsgevoel nooit ver weg lijkt, is dat vaker te danken aan Kelly’s slide dan aan ritmes of melodieën. Zo drijft het zeer rustige, zelfgepende “Watching the Fire” op bluespatronen van Kelly’s  dobro. Anderzijds, zorgen de beat en de orgelpatronen (van zijn maat Lou Stonebridge) voor de swampbasis van de eigen compositie “Velocity & Love”. Nog een eigen nummer, “Longing For You Baby”, zou op een Blues Band-plaat niet misstaan. Om iets aan Tim Hardin, Otis Redding en Jackson Browne toe te kunnen voegen, zal ook Dave Kelly wat vroeger moeten opstaan.

Eddy Bonte

LEFT: Dave Kelly on stage and RIGHT: frontbar with This Author at R&B Harelbeke, 2004