DANNY BRYANT's REDEYE BAND : CONCERTEN en CD's
DEEL I : CONCERTEN
Foto Danny Bryant © Paul Webster ** Foto Ken Bryant © Jan Ramaker
1 Optreden in "Crossroads", Antwerpen, 13 augustus 2006
Van de laatste paar nummers ben ik niet meer zo zeker, want toen was ik aan ’t swingen met een plaatselijke en veel jongere schone. Om u maar te zeggen dat het Danny Bryant en zijn RedEye Band geen zak kon schelen dat er die zondagnamiddag van een verlengd weekend in augustus maar veertig man naar de Crossroads was afgezakt. En ons ook niet. Hij mag dan op zijn 26ste wel de optredens aaneen rijgen en vier cd’s op zijn naam hebben staan, Danny Bryant weet dat hij telkens opnieuw moet bewijzen dat hij een heuse show kan neerpoten met zijn raspstem, zijn snel gitaarspel, zijn knapzak eigen composities plus een paar covers. Daarom zet hij zonder boe of ba een krachtige gitaarsolo in, kwestie van territoriumdrift, om dan over te schakelen op zijn handelsmerk: zelfgeschreven slepers over pijn en leed, zoveel dat een mens tonnen noten, verbogen snaren ‘en vrac’ en een cactusstem nodig heeft om al die kommer en kwel afgereageerd te krijgen. Eigenlijk moet je dan kunnen gadeslaan hoe Danny’s lijf en gezicht meeleven met zijn gitaar op, bijvoorbeeld, een zin als “I can’t stand living in days like this”. Maar Danny’s trio, met pa Ken op bas en Dave Raeburn achter de trommels, kan ook een zware portie boogie aan, zoals op “Look at Yonder Wall” van Elmore James, een “Crawling King Snake” die me plots aan de eerste lp-dagen van Canned Heat doet denken of het eigen werkstuk “Good Time Woman”. Het kan ook allemaal bedaarder, maar daarom niet minder overtuigend, zoals op “I Shall Be Released” van Dylan. Overigens wordt er zo vaak op Danny’s gitaar en het powergeluid van het trio gefocust, dat Danny’s stem ten onrechte over het hoofd gezien wordt. Hoor hem maar eens bezig op zijn eigen anti-oorlogsnummer met de prangende vraag “Who will be the last man standing?”, één van de weinige protestsongs in de hedendaagse blueswereld. Maar toen kwam die plaatselijke mamzel me nog eens te dans vragen.
(Eddy Bonte)
2 Optreden Club De Heerlijkheid, Heule, 24 januari 2003
Het Engelse trio onder leiding van de jonge gitaargod Danny Bryant, opende vorig jaar met succes het “R&B Harelbeke”-festival (zie BttR…) en dus vroeg de organisator hem terug, nu om het achtste clubseizoen van Live Music Harelbeke te openen. In de aankondigingen werd zanger-gitarist Danny Bryant een plaatsje toegewezen in het rijtje Engelse “vingervlugge snarenplukkers”. Hij ontgoochelde niet: wie zin heeft in een hartige schotel gitaarbluesrock en ook een ferm dessert kan verdragen, moet zich door Danny Bryant laten bedienen. Hij heeft trouwens veel meer in zijn mars dan racegitaar! Bryant kan namelijk ook zingen en lichaamstaal spreken. Hij houdt van ballads en heeft een boontje voor Bob Dylan (die hij twee keer coverde!) en Tom Waits. Bryant is bovendien geen imitator, want zijn eerste CD pende hij zelf vol. Dit concert, dat bijna drie uur duurde, bestond uit een mix van eigen nummers, eigenzinnige covers (Dylan), meesterlijke imitaties (Peter Green) en een set gitaarklassiekers (Stone Crazy, Dust My Broom, The Thrill is Gone…). Het bisnummer liep uiteindelijk meer dan een half uur uit. Bryant had het publiek perfect ingeschat en gidste ons door het gitaarhitsmuseum met o.m. Wild Thing à la Hendrix, Fortunate Son (Creedence) en Smoke On the Water (Deep Purple) - maar ook een trage Dylan (‘I Shall Be Released’). Op het kookpunt gekomen, slaagde hij erin het publiek, dat duidelijk voor de bluesrock naar Heule was afgezakt, compleet stil te krijgen met Peter Greens ‘Albatross’. Deze jonge Engelsman heeft inderdaad een stevige reputatie als vingervlugge gitaarplukker opgebouwd, maar hij laat ons gelukkig ook genieten van al zijn extra’s.
(Eddy Bonte)
3 Optreden "Harelbeke Rock and Blues", 22 juni 2002
Programma: Danny Bryant’s RedEye Band, Jesus Volt, Mick Clarke Band, Big Joe Louis and his R&B Kings, The Inmates en Tony Joe White.
(...) Bluesrock dus. De trip naar Johnny Winterland werd ingezet door een trio aangevoerd door Danny Bryant, een jonge zanger-gitarist uit Engeland. Zijn RedEye Band klutste Elmore James en J.B. Lenoir dooreen en serveerde ze à la Blue Cheer. De aankondigingen “Wanna hear some Texas Blues?” en “Here’s a Buddy Guy song” veranderden daar niet veel aan. Geen wonder dat Walter Trout hem had ingehuurd als voorprogramma. Bryant ging te keer als een wild veulen, maar beschikt wel over een stem die uitermate geschikt is om al het leed van de wereld van de daken te schreeuwen. Met Bob Dylans “Girl From the North Country” bewees Bryant dat minder gitaar meer muziek kan betekenen en speelde hij zijn vocale kwaliteiten uit. Binnen een solo wisselde hij met genoegen van stijl (heavy en country plus, bijvoorbeeld), wat méér laat vermoeden. Als hij uit de buurt van Walter Trout kan blijven, is dit een man om in de gaten te houden. Een geslaagde opener (...)
(Eddy Bonte)
DEEL II CD-BESPREKINGEN
Foto Trevor Barr © Paul Webster
4 LIVE (Continental Blue Heaven CBHCD 2010)
Danny Bryant treedt in 2007 aan op een paar echt belangrijke Europese festivals en waagt ook de Grote Oversteek. Mocht iemand daar naar zijn naamkaartje vragen, dan zou ik hem deze opname geven. “Live” vormt werkelijk een voorbeeldige doorsnede van zijn optredens en blijkbaar was de groep die avond ook nog eens in bloedvorm. Daarmee zijn de kenners ingelicht. Voor de niet-kenners: dit Britse trio opent hier met de eigen compositie “Heartbreaker” en een mix van eigen werk (“Slow Blues”) en B.B. King’s “Sweet Little Angel”. Bryant zet daarmee zijn handelsmerk compromisloos in de etalage: trage tot mid-tempo blues; nu en dan een onweerstaanbare Chicago-swing; lange nummers met heel veel gitaar. Die gitaar staat zo centraal, dat we ten onrechte al eens Bryants heel overtuigende en meeslepende stem vergeten. Voor een keer hoor ik ook blues zonder meer. Hier valt geen enkele vorm van “fusion” te bespeuren, enkel stevige, artisanale producten in de eigen schuur in elkaar geknutseld. Toch is Bryant niet vies van een uitstapje: zo zet hij Dylans “Girl From the North Country” bijna tien minuten lang naar zijn hand, maar met compleet respect voor de meester. Ook Johnny Copeland en Albert King hebben recht op een bezoekje. Danny Bryant pakt je met zijn stem en zijn gitaar bij je vel, zoals dat bij de blues hoort. Met zijn anti-oorlogslied “Last Man Standing” schudt hij je ook nog eens wakker. Allemaal in een en hetzelfde optreden.
3 DAYS LIKE THIS (Blues Matters BMRCD20058)
Danny Bryant, nog altijd geen dertig, condenseert het leven zoals het is en vooral zoals het zich voordoet in trage, slepende, lange nummers. Aan zijn stem, zijn gitaar, de bas van papa en een ingehuurd drumstel, heeft Danny genoeg. Omdat Danny’s stem is vergroeid met zijn snaren, springt daar een kracht uit die al dat traag gedoe zwaar emotioneel doet klinken, op het melancholische af eigenlijk. Als Danny mij iets als “Losing Game” toeschreeuwt, heb ik achteraf behoefte aan een paar pagina’s Camus of een halfuurtje Witse: ook zwaar, maar het komt tenminste allemaal terecht als we ons een béétje inspannen. Van het titelnummer word ik zowaar Schopenhaueriaans, want Walter Trout, Danny’s held en voorbeeld, mag dik acht minuten lang de snerpende gitaarpartijen verdubbelen en mijn bloedend hart samendrukken. Zo kennen we Danny nu al vier cd’s lang. De man beschikt over een spetterende gitaartechniek en een stem die me steeds vaker aan Bryan Adams doet denken. Los van zijn handelsmerk, verrast Bryant hier met de bluesjam “Good Time Woman”, naar zijn maatstaven zwaar swingend, compleet met orgel, blazers en tweede stem. Hier en daar schakelt Bryan in 0,02 seconde over van de schelle fret naar maaggegrom, Jeff Beck achterna. Er staat ook een pseudo-Peter Green en een imitatie van B.B. King op, maar dat is totaal overbodig omdat de meesters toch onklopbaar zijn. Op cd moet je Danny’s lichaamstaal ontberen, want die volgt het gekronkel van zijn snaren en de verticaliteit van de notenhiërarchie. En dat allemaal met eigen werk.
2 SHADOWS PASSED (Blues Matters, BMRCD20039)
Danny Bryant en Walter Trout worden zo vaak in één adem genoemd, dat ik mijn wenkbrauwen fronste toen Danny me zei dat hij als componist en muzikant sterk beïnvloed was door… Bruce Springsteen. Als je naar zijn nieuwste CD luistert, besef je meteen dat het geen pose is: hij fraseert zoals The Boss in rustige tijden en verhoogt de herkenning door de vereelte kant van zijn stembanden te laten horen. Dat resulteert dus geenszins in rock’n’roll , maar wel in vertraagd muzikaal verkeer. Bluesrock in harmonie met de slow lane. Aldus heeft Bryant zich netjes gedistantieerd van Trout en diens betonstorters. Anderzijds: als het op de gitaar aankomt, klinkt Danny duidelijk springsteenvrij. Nog altijd laat Bryant zijn stem ontdubbelen op gitaar en giet hij zijn noten uit als een zak knikkers. Ze rollen achtereen en toch dooreen, ze maken elk apart en allemaal samen geluid. En geen twee stromen knikkers rollen of botsen op dezelfde manier. Danny’s stem klinkt nogal getormenteerd, want de teksten handelen allemaal over verscheurde harten, verloren liefdes en andere pijnen en smarten. Danny doet dat alles met uitsluitend eigen nummers, want zijn compositietalent is één van zijn sterke punten. Alleen krijgen we hier veel variaties op het thema, met “Play To Win” (klassieke Chicago) en “Going Back Home” (Willie Dixon meets Albert King) als uitzonderingen waarvan we wel meer pap hadden gelust.
1 WATCHING (Blues Matters, BMRCD 2002/2)
Het Engelse trio Danny Bryant’s RedEye Band opende de recentste editie van R&B Harelbeke en had het publiek meteen mee. Niet slecht voor een baasje van 21 dat zijn eerste concert op het vasteland speelde! Bryant is een bewonderaar van Walter Trout en Trout treedt op als protégé van Bryant, zodat de snelheidsovertredingen op gitaar niet verbazen. Toch zou het niet fair zijn de groep op die vergelijking vast te pinnen. Enerzijds missen we op plaat noodgedwongen Bryants lichaamstaal en energieke gitaarshow, anderzijds kunnen we onze aandacht nu eens richten op de componist Bryant, want de tien nummers op deze debuut-cd zijn alle van zijn hand. Het titelnummer is een echte, melodieuze compositie met genuanceerd gitaarspel. “Since You’ve Gone” doet Bryants voorkeur voor trage bluesrock alle eer aan, terwijl de akoestische bottleneck-Chicago op “Dancing Girl” ronduit verrast. We vergeven hem dus clichés zoals de Status Quo-kopie “Crying for My Baby” en het typisch Amerikaanse sologemekker dat nergens vandaan komt en ook nergens naartoe gaat op “Follow On”. Er mag ook meer aandacht uitgaan naar ’s mans stem; die draait en keert zich feilloos teneinde de vele moods van zijn composities te volgen en is bijzonder geschikt voor de vertolking van treurnis, hartzeer en andere bluesy gevoelens. Voorlopig gebruikt Bryant al zijn gaven vooral om gitaarshow te verkopen bij trage bluesrock. Op Harelbeke pakte hij met brio Bob Dylan aan, zodat ik eigenlijk sterk benieuwd ben naar het vervolg.
Eddy Bonte. Alle teksten verschenen eerder in BACK TO THE ROOTS www.backtotheroots.be
-- 
Foto Danny Bryant © Paul Webster




